Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
Dagvers | Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Lessen uit het verleden - deel 1 - Psalm 106:1-23

Kies een Bijbelvertaling voor dit leesplan:

Bijbeltekst(en)

Psalm 106 106

Psalm 106

De Heer is machtig en goed

1Halleluja!

Dank de Heer, want hij is goed.

Zijn liefde blijft altijd bestaan.

2Niemand kan al zijn daden beschrijven,

niemand is hem dankbaar genoeg.

Zo machtig en zo goed is hij.

3Gelukkig zijn mensen die leven volgens zijn regels,

die altijd het goede doen.

4Heer, u hebt uw volk lief.

Denk dan ook aan mij,

kom mij bevrijden!

5Dan zal ik net zo gelukkig zijn als uw volk.

Dan zal ik blij zijn,

samen met de mensen die bij u horen,

samen met hen zal ik juichen.

De Heer heeft onze voorouders gered

6Wij zijn niet gehoorzaam geweest aan de Heer.

We zijn schuldig, net als onze voorouders,

want we hebben verkeerde dingen gedaan.

7Toen onze voorouders in Egypte waren,

letten ze niet op de wonderen van de Heer,

en ze vergaten hoe trouw hij was.

Toen ze bij de Rietzee kwamen,

verzetten ze zich tegen hem.

8Toch heeft hij hen gered,

want hij wilde laten zien hoe goed hij is,

en hoeveel macht hij heeft.

9Hij gaf een bevel,

en het water van de Rietzee verdween.

De zee werd zo droog als de woestijn.

Zo liet hij zijn volk veilig verdergaan.

10De Heer redde hen van hun tegenstanders,

van de mensen die hen haatten.

11Het water bedekte hun vijanden,

ze verdronken allemaal.

De Israëlieten vergaten Gods wonderen

12Toen vertrouwden ze weer op God,

ze zongen liederen om hem te danken.

13Maar al snel vergaten ze

wat hij voor hen gedaan had.

Ze werden ongeduldig,

ze wilden niet wachten op zijn hulp.

14Toen ze in de woestijn waren,

wilden ze steeds meer eten hebben.

Ze wilden weten of God hun alles kon geven.

15Hij gaf ze eten, zo veel als ze wilden,

totdat ze er ziek van werden.

16In de woestijn werden ze jaloers op Mozes

en op Aäron, de priester van de Heer.

17Toen ging de aarde plotseling open,

en Datan, Abiram en hun vrienden verdwenen erin.

18Een vuur verbrandde die slechte mensen.

Ze stierven in de vlammen, allemaal.

19Bij de berg Sinai

maakten de Israëlieten een beeld van een stier,

en ze knielden voor dat beeld.

20Ze kozen niet voor hun machtige God,

maar ze kozen voor een beeld,

een beeld van een dier dat gras eet.

21Ze vergaten dat God hen gered had,

ze vergaten zijn grote daden in Egypte.

22Veel wonderen had hij daar gedaan,

zoals het grote wonder bij de Rietzee.

23Toen werd God kwaad op zijn volk,

en hij besloot hen te doden.

Maar Mozes, de vriend van God, verdedigde hen.

Daardoor verdween Gods woede.

Psalm 106 106:1-23BGTOpen in de Bijbel

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.45.0
Volg ons