Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
Dagvers | Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Machtsbewijs - Jesaja 41:21-29

Bijbeltekst(en)

Jesaja 41

De goden kunnen helemaal niets

21De Heer, de koning van Israël, zegt: ‘Goden van de volken, kom hierheen en bewijs dat jullie gelijk hebben. 22Kom dichterbij, en vertel mij en mijn volk wat er zal gebeuren. Vertel ook maar wat er vroeger gebeurd is. Misschien kunnen ik en mijn volk er iets van leren. 23Als jullie iets over de toekomst kunnen vertellen, dan weten we dat jullie echte goden zijn. Doe iets, iets goeds of iets slechts. Doe iets waarvan we onder de indruk zijn.

24Maar nee, jullie kunnen helemaal niets. Jullie hebben geen enkele macht. Het is verschrikkelijk als mensen op jullie vertrouwen.’

Alleen God bepaalt de toekomst

25God zegt tegen de goden: ‘Vanuit het oosten, waar de zon opkomt, liet ik een koning komen. Die koning heeft laten zien hoe machtig ik ben. Hij heeft veel volken verslagen, en hun leiders heeft hij gedood.

26Hebben jullie dat lang geleden al voorspeld? Hebben jullie gezegd dat die koning zou komen? Kunnen de mensen nu zeggen: ‘Ja, de goden hadden gelijk’? Nee! Niemand van jullie heeft voorspeld dat die koning zou komen. Niemand van jullie heeft mij en mijn volk iets verteld. Jullie lieten niets van je horen!

27Ik was de eerste die het in Jeruzalem bekendmaakte. Ik stuurde een boodschapper naar de stad die zei: ‘Let op, de koning komt eraan!’

28Goden, ik kijk naar jullie. Maar niemand van jullie kan mij en mijn volk raad geven. Niemand kan mijn vragen beantwoorden. 29Jullie kunnen niets, jullie hebben geen enkele macht. Jullie zijn maar beelden die helemaal niets betekenen.’

Jesaja 41:21-29BGTOpen in de Bijbel

Het grote rechtsgeding tussen God en de vijandelijke volken wordt voortgezet. Nadat God zijn volk bemoedigend heeft toegesproken, richt Hij zich nu weer tot de andere volken. Waar zijn jullie nu? Waar waren jullie eigenlijk? Wat stellen jullie nog voor? Wat maken jullie klaar? Niets immers! Is er onder jullie iemand die voor bevrijder kan doorgaan? Weten jullie dat er in het oosten iemand opstaat die schoon schip gaat maken – tegenover wie jullie niets in te brengen hebben?
De volken staan in deze rechtszaak met de mond vol tanden. Ze weten op geen enkele vraag iets te zeggen, laat staan werkelijk antwoord te geven. Ze staan beschaamd en hun adviseurs zijn in geen velden of wegen te bekennen. Hun rol is uitgespeeld op het grote wereldtoneel. Nu is de God van Israël aan zet. Hij zorgt ervoor dat er een bevrijder opstaat, die zijn volk veilig en wel zal uitleiden en thuisbrengen. Dat zal Cyrus zijn, de koning van de Perzen.

Op welke manier zijn de woorden van Jesaja een bemoediging?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.43.0
Volg ons