57Er was een rijke man die Josef heette en uit Arimatea kwam. Hij was ook een leerling van Jezus. Toen het avond was, 58ging hij naar Pilatus. Hij vroeg of hij het lichaam van Jezus mee mocht nemen. Pilatus gaf opdracht om het lichaam aan Josef te geven.
59Josef nam het lichaam van Jezus mee. Hij wikkelde het in een nieuwe, schone doek. 60Daarna legde hij het in een graf dat nog niet gebruikt was. Josef had dat graf voor zichzelf in een rots laten uithakken.
Josef rolde een grote steen voor de ingang van het graf. Toen ging hij weg. 61Maria uit Magdala en de andere Maria waren erbij. Ze zaten tegenover het graf.