5Toen klonk er bij de troon een stem die zei: ‘Laten we onze God danken! Laat iedereen, van klein tot groot, hem dienen en eren!’
6Daarna hoorde ik nog een stem. Die klonk als de stemmen van een grote groep mensen, zo hard als de donder of de bulderende zee. Die stem zei: ‘Halleluja! De Heer, onze machtige God, heerst nu als koning over de wereld. 7Laten we juichen en blij zijn, laten we hem eren! Want de bruiloft van het lam gaat beginnen. Zijn bruid staat al klaar. 8Zij heeft kleren gekregen van stralend wit linnen.’ Die witte kleren zijn de goede daden van de christenen.
De uitnodiging voor het feestmaal
9Daarna zei een engel tegen mij: ‘Schrijf op: ‘Gelukkig zijn de mensen die uitgenodigd zijn voor het feestmaal op de bruiloft van het lam.’ Dat heeft God gezegd, en het is betrouwbaar.’
10Ik knielde om de engel te eren, maar die zei: ‘Doe dat niet! Je mag alleen God eren. Want ik ben een dienaar, net zoals jij en de andere christelijke profeten. Die profeten kennen Gods plannen omdat Jezus ze aan hen bekendgemaakt heeft.’