7-8Vroeger dacht ik dat ik een goed mens was. Maar nu weet ik dat het verkeerd is om zo te denken. Sterker nog: er is geen enkele reden om op mezelf te vertrouwen. Want het gaat om Christus, mijn Heer. Het enige wat ik wil, is bij Christus horen.
Het gaat om Christus. Daarom heb ik al het andere opgegeven. Alles wat ik vroeger zo belangrijk vond, vind ik nu totaal waardeloos. 9Ik kan van mezelf geen goed mens maken door me aan de Joodse wet te houden. Nee, God ziet mij als een goed mens omdat ik geloof. Doordat ik geloof in Christus, mag ik bij Christus horen, en zal ik gered worden.
10-11Ik wil Christus van dichtbij kennen. Ik wil sterven, net als hij, en zo één met hem worden in het lijden. Ik hoop dat ik dan ook de kracht zal voelen waarmee God Christus uit de dood liet opstaan. Ja, ik hoop dat God ook mij uit de dood zal laten opstaan.
Denk alleen aan de toekomst
12Christus heeft mij uitgekozen om hem van dichtbij te leren kennen. Ik doe mijn uiterste best om dat doel te bereiken. Maar ik ben nog niet zover. 13Nee, vrienden, ik denk echt niet dat ik mijn doel al bereikt heb. Maar één ding is zeker: over vroeger maak ik me niet druk, ik denk alleen aan de toekomst!