Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
Dagvers | Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Een moelijke boodschap - Numeri 14:26-38

Bijbeltekst(en)

Numeri 14

26De HEER zei tegen Mozes en Aäron: 27‘Hoe lang blijft dit verdorven volk zich nog tegenover Mij beklagen? Ik heb hun voortdurende geklaag lang genoeg aangehoord. 28Zeg hun dit: “Zo waar Ik leef – spreekt de HEER –, Ik zal zeker met jullie doen wat Ik je heb horen zeggen. 29Hier in de woestijn zullen jullie lijken liggen, de lijken van allen die ingeschreven zijn, allen van twintig jaar en ouder, niemand uitgezonderd, omdat jullie je tegenover Mij beklaagd hebben. 30Jullie zullen het land waarvan Ik gezworen heb dat je er zou wonen, niet binnengaan, met uitzondering van Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun. 31Jullie kinderen, die volgens jullie zouden worden buitgemaakt, zal Ik er wel brengen. Zij zullen het land dat jullie versmaad hebben, leren kennen. 32Maar wat jullie betreft, jullie lijken zullen hier in de woestijn komen te liggen, 33en je kinderen zullen veertig jaar lang door de woestijn ronddolen om te boeten voor je ontrouw, tot jullie lijken hier in de woestijn vergaan zijn. 34Veertig dagen hebben jullie het land verkend, veertig jaar zul je voor je schuld boete doen, één jaar voor elke dag. Dan zul je ondervinden wat het betekent als Ik mijn handen van je aftrek.” 35Ik, de HEER, zweer dat Ik zo zal handelen met heel dit verdorven volk, dat tegen Mij heeft samengespannen. Hier in de woestijn zal hun leven een einde nemen, hier zullen ze sterven.’

36De mannen die Mozes eropuit gestuurd had om het land te verkennen en die na hun terugkeer het volk tot geklaag hadden aangezet door allerlei ongunstigs over dat land te vertellen, 37die mannen stierven in de buurt van het heiligdom ten gevolge van een plaag, omdat ze het land in een kwaad daglicht hadden gesteld. 38Twee van de verkenners van het land echter, Jozua, de zoon van Nun, en Kaleb, de zoon van Jefunne, bleven in leven.

Numeri 14:26-38NBV21Open in de Bijbel

Wat moet dit een verschrikkelijk moeilijke boodschap voor Kaleb en Jozua zijn geweest. Alle mensen van boven de twintig die zij kennen, ook de spionnen met wie zij op pad waren gegaan, zullen sterven. Ze zullen heel wat mensen moeten begraven… Het land wat zij zo graag wilden betreden, is ook voor hen de komende veertig jaar onbereikbaar geworden. Het hele volk, net als zij, zullen nog al die jaren door de woestijn moeten trekken, totdat hun hele generatie is gestorven. Maar ondanks deze enorme tegenslag, blijven Kaleb en Jozua de Heer trouw.

Is er een moment geweest in je leven waarop de moed je in de schoenen zonk? Wat deed je toen?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.39.1
Volg ons