Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
Dagvers | Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Brood uit de hemel - Exodus 16:1-19

Bijbeltekst(en)

Exodus 16

De Israëlieten klagen

1Vanuit Elim reisden de Israëlieten weer verder. Op de vijftiende dag van de tweede maand na hun vertrek uit Egypte kwamen ze in de Sin-woestijn. Dat is tussen Elim en de berg Sinai.

2-3Daar in de woestijn begonnen de Israëlieten weer te protesteren. Ze riepen tegen Mozes en Aäron: ‘Had de Heer ons maar laten sterven in Egypte! Daar hadden we meer dan genoeg vlees en brood te eten. Waarom hebben jullie ons naar deze woestijn gebracht? Hier zullen we allemaal sterven van de honger!’

De Heer belooft brood

4-5Toen zei de Heer tegen Mozes: ‘Ik zal ervoor zorgen dat jullie weer brood krijgen. Het zal als regen uit de hemel komen. Elke dag moeten de mensen dan genoeg brood verzamelen voor één dag. Alleen op de zesde dag moeten ze twee keer zo veel verzamelen en klaarmaken. Zo kan ik zien of ze zich houden aan mijn regels en of ze mij vertrouwen.’

6Mozes en Aäron zeiden tegen de Israëlieten: ‘Vanavond zullen jullie begrijpen dat het de Heer is die jullie uit Egypte weggehaald heeft. 7-8En morgenochtend zullen jullie zien hoe machtig hij is. De Heer heeft jullie gehoord. Jullie klaagden tegen ons, maar wij zijn onbelangrijk. Eigenlijk hebben jullie tegen de Heer geklaagd. Vanavond zal de Heer ervoor zorgen dat er vlees te eten is. En morgen zal er meer dan genoeg brood zijn. Want de Heer heeft jullie gehoord.’

De Heer verschijnt in de woestijn

9Daarna zei Mozes tegen Aäron: ‘De Heer heeft gehoord hoe de mensen protesteerden. Zeg daarom tegen het volk dat iedereen nu moet knielen voor de Heer.’ 10Aäron zei dat tegen het volk.

Iedereen knielde, met zijn gezicht naar de woestijn. Toen verscheen de Heer in een wolk van stralend licht. 11Hij zei tegen Mozes: 12‘Ik heb gehoord hoe de Israëlieten protesteerden. Zeg tegen hen dat ze vanavond vlees zullen eten en morgen brood. Dan zullen ze begrijpen wie ik ben: de Heer, hun God.’

De Israëlieten krijgen eten

13Die avond kwamen er heel veel vogels aanvliegen. Ze kwamen in het kamp van de Israëlieten terecht.

De volgende ochtend regende het zachtjes. 14Toen het droog werd, was de grond in de woestijn bedekt met een dun wit laagje. Het leek net of het gevroren had. 15De Israëlieten zagen het, maar ze begrepen niet wat het was. ‘Wat is dat?’ zeiden ze tegen elkaar. Mozes zei: ‘Dat is het brood dat de Heer jullie te eten geeft. 16Hij wil dat je er zo veel van opraapt als je nodig hebt. Iedereen mag 2 kilo oprapen voor elke persoon die in zijn tent woont.’

17De Israëlieten deden wat Mozes gezegd had. Sommigen raapten meer op dan anderen, 18maar niemand had te veel of te weinig. Iedereen had genoeg.

Er is elke dag eten

19Mozes zei dat ze het eten niet mochten bewaren tot de volgende dag.

Exodus 16:1-19BGTOpen in de Bijbel

De Israëlieten vragen wat het laagje is dat de woestijn bedekt. In het Hebreeuws is er een woordspel tussen man (‘Wat’) in dit vers en man ( ‘manna’) in 16:31.
Het manna is bedoeld om de Israëlieten in de woestijn te laten overleven. Maar Exodus 16:12 noemt nog een tweede reden: God wil laten zien hoe machtig Hij is. De Israëlieten moeten aan God laten zien dat ze op Hem vertrouwen: ze mogen niet meer manna oprapen dan nodig, en ze mogen het niet bewaren.

Wat is voor jou het verschil tussen vertrouwen op God en vertrouwen op anderen (of jezelf)?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.43.0
Volg ons