Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
Dagvers | Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Bezoek van een engel - Rechters 6:11-24

Select a Bible translation for this reading plan:

Bijbeltekst(en)

Rechters 6

Een engel komt bij Gideon

11Op een dag kwam er een engel van de Heer naar de stad Ofra. Hij ging zitten onder de grote boom op het veld van Joas, een nakomeling van Abiëzer.

Gideon, de zoon van Joas, was daar aan het werk. Hij sloeg graankorrels uit het koren. Hij wilde niet dat de Midjanieten het koren zouden zien. Daarom werkte hij in de bak waarin normaal druiven geperst werden.

12De engel ging naar Gideon toe, en zei: ‘Je bent een dappere man. De Heer zal je helpen.’ 13Gideon antwoordde: ‘Maar mag ik u iets vragen? Als de Heer ons helpt, waarom gebeuren al deze vreselijke dingen dan? Onze voorouders hebben ons verteld dat de Heer wonderen doet, en dat hij ons uit Egypte bevrijd heeft. Maar nu heeft hij ons in de steek gelaten, en worden wij onderdrukt door de Midjanieten. Waarom doet hij nu geen wonder?’

De Heer spreekt tegen Gideon

14Toen sprak de Heer zelf via de engel tegen Gideon. De Heer zei: ‘Laat zien hoe dapper je bent. Bevrijd Israël. Dat is mijn opdracht.’

15‘Maar Heer,’ antwoordde Gideon, ‘hoe moet ik Israël redden? Ik kom uit de onbelangrijkste familie van de stam Manasse, en ik ben ook nog de jongste!’ 16De Heer zei: ‘Jij zult de Midjanieten makkelijk verslaan. Het zal lijken of je maar tegen één man vecht. Want ik zal je helpen.’

Gideon vraagt om een teken

17Toen zei Gideon: ‘Geef mij dan alstublieft een teken! Dan weet ik dat u echt de Heer bent. 18Ga toch niet weg, want ik wil nog iets halen om als offer aan u te geven.’ De Heer zei: ‘Ik blijf hier tot je terugkomt.’

19Gideon ging naar huis. Daar maakte hij het vlees van een bokje klaar, en van wat meel bakte hij brood zonder gist. Hij legde het vlees in een mand, en het kookvocht goot hij in een pan. Toen bracht hij het eten naar de grote boom, en zette het daar neer voor de Heer.

Het teken van de Heer

20De engel van de Heer zei: ‘Pak het vlees en het brood, en leg het op deze grote steen. Giet daarna het kookvocht erover uit.’ Dat deed Gideon.

21Toen raakte de engel van de Heer het vlees en het brood aan met de punt van zijn stok. Meteen kwam er uit de steen een vuur, dat het vlees en het brood verbrandde. Daarna was de engel verdwenen.

22Toen wist Gideon zeker dat het een engel van de Heer geweest was. Hij riep: ‘Ach, Heer, mijn God! Ik heb een engel van u gezien. Nu zal ik sterven!’ 23Maar de Heer zei: ‘Je hoeft niet bang te zijn. Je zult niet sterven.’

24Daarna bouwde Gideon op die plek een altaar voor de Heer. Hij noemde het altaar ‘De Heer geeft vrede’. Het altaar staat nog steeds op die plek in Ofra, op het land van de nakomelingen van Abiëzer.

Rechters 6:11-24BGTOpen in de Bijbel

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.44.0
Volg ons