8Ooit zal er niet meer gesproken worden in vreemde klanken. Ooit zal er geen geheime kennis meer zijn. Ooit zullen mensen geen boodschap van God meer vertellen. Maar de liefde zal nooit verdwijnen.
9-10Alles wat onvolmaakt is, zal verdwijnen als Gods nieuwe wereld komt. Dat geldt voor al onze kennis, en voor iedere boodschap die we vertellen. 11Het is als met een kind dat volwassen wordt. Een kind praat en denkt nog als een kind. Maar als het volwassen geworden is, zijn al die kinderlijke dingen verdwenen. Net zo zal straks alles wat onvolmaakt is, verdwenen zijn. Maar de liefde zal nooit verdwijnen.
12Nu zien we God nog niet. We merken wel dat hij er is, maar we zien hem niet. Maar straks, in de nieuwe wereld, zullen we God zien met onze eigen ogen. Nu weten we nog lang niet alles over God. Maar dan zullen we hem echt kennen, zoals hij ons nu al kent.
13Dit is dus waar het om gaat: geloof, vertrouwen en liefde. Dat moet steeds het belangrijkste in ons leven zijn. Maar het allerbelangrijkste is de liefde.