Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
Dagvers | Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

De eerste en de laatste - Jesaja 41:1-11

Bijbeltekst(en)

Jesaja 41

God bepaalt wat er gebeurt

1God zegt: ‘Volken van de wereld, wees stil en luister naar mij! Kom hierheen en luister. Jullie moeten goed nadenken voordat je iets zegt. We moeten samen overleggen en zien wie er gelijk heeft.

2Wie heeft er een koning laten komen uit het oosten? En wie heeft die koning zo veel macht gegeven? Dat ben ik! Ik heb ervoor gezorgd dat hij macht heeft over andere volken en hun koningen. Zijn leger jaagt ze allemaal weg, ze verdwijnen als stof dat wegwaait in de wind. 3Want die koning en zijn leger zijn enorm snel. Niemand houdt ze tegen.

4Wie heeft dat allemaal laten gebeuren? Dat ben ik, de Heer! En wie bepaalt steeds wat er gaat gebeuren? Dat ben ik! Ik was er al in het begin, en ik zal er ook aan het einde zijn.’

De volken van de wereld zijn bang

5De volken van de wereld schrikken als ze die nieuwe koning zien komen. Ze zijn heel bang. 6Ze komen bij elkaar en ze willen elkaar helpen. Ze zeggen tegen elkaar: ‘We moeten sterk zijn!’

7Ze zoeken hulp bij hun goden. Ze maken een beeld en bedekken het met een laagje goud. Ze bekijken het beeld en zeggen tegen elkaar: ‘Dat hebben we goed gedaan!’ Dan zetten ze het beeld stevig vast, zodat het niet omvalt.

Israël is Gods dienaar

God heeft Israël uitgekozen

8God zegt tegen zijn volk: ‘Israël, jij bent mijn dienaar. Ik heb jou uitgekozen. Je stamt af van mijn vriend Abraham. 9Ik heb je geroepen, ik heb je weggehaald uit verre landen. Volk van Israël, jij bent mijn dienaar. Ik heb jou uitgekozen, ik heb je nooit in de steek gelaten.

10Je hoeft niet bang te zijn, want ik ben bij je. Je hoeft geen angst te hebben, want ik ben jouw God. Ik zal je helpen, ik zal je sterk maken. Met mijn hulp zul je de vijanden overwinnen.

11Alle vijanden die jou haten, zullen spijt krijgen. Al je tegenstanders zullen diep vernederd worden, al je vijanden zullen verdwijnen.

Jesaja 41:1-11BGTOpen in de Bijbel

Als mensen bang worden, zoeken zij hulp bij dingen die hen zekerheid geven. De volken van de wereld zijn heel bang en daarom maken zij afgodsbeelden van goud. Misschien herken je het wel: als je bang bent of onzeker, kan je denken dat je veilig bent als je veel geld hebt, je veel vrienden hebt of er mooi uit ziet. Maar God zegt: je kunt je hulp wel zoeken bij afgoden, maar Ik heb jullie gemaakt! Ik was er altijd al en ik zal er altijd zijn. Zoek daarom je hulp bij Mij. Ik zal je helpen.

Het contrast kan niet groter zijn in deze paar verzen tussen God en mensen: mensen maken goden, God maakt mensen. We kunnen daarom beter op God vertrouwen dan op wat wij zelf als mensen maken. Als je eerlijk bent – waar vertrouw jij doorgaans meer op?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.43.0
Volg ons