Jezus waarschuwt zijn leerlingen
16Ik stuur jullie op weg, maar het zal gevaarlijk zijn voor jullie. Net zo gevaarlijk als het voor schapen is om tussen wolven te lopen. Wees daarom zo voorzichtig als een slang. Maar wees tegelijk zo onschuldig als een duif.
17-18Pas op voor de mensen! Want omdat jullie bij mij horen, zullen jullie naar de rechtbank gebracht worden. En in de synagoge zullen jullie met de zweep geslagen worden. En jullie zullen bij bestuurders en koningen gebracht worden. Daar moeten jullie het goede nieuws vertellen. Want alle volken moeten het horen.
19Stel dat jullie gevangengenomen worden. Maak je dan geen zorgen over wat je moet zeggen, of hoe je het moet zeggen. Want op dat moment zal God je de juiste woorden geven. 20Want je spreekt dan niet zelf, maar de Geest van jullie Vader spreekt dan door jullie mond.
Jezus vertelt wat er zal gebeuren
21Mensen zullen hun eigen broer aangeven om hem te laten doden. En vaders zullen hun kinderen aangeven. Kinderen worden vijanden van hun ouders. Ze zullen hun ouders zelfs laten doden. 22En omdat jullie bij mij horen, zal iedereen jullie behandelen als vijanden. Maar als je volhoudt tot het einde, zul je gered worden.
23Als jullie het moeilijk hebben in de ene stad, vlucht dan naar een volgende stad. Luister goed naar mijn woorden: Nog voordat jullie in alle steden van Israël geweest zijn, zal de Mensenzoon terugkomen.
Jezus en de leerlingen horen bij elkaar
24Een leerling is niet belangrijker dan zijn leraar. En een slaaf is niet belangrijker dan zijn meester. 25Een goede leerling wil op zijn leraar lijken. En een goede slaaf wil lijken op zijn meester.
Ik ben jullie leraar en jullie meester. Sommige mensen zeggen dat ik de duivel ben. Dan begrijp je wel hoe ze over jullie denken!
De leerlingen moeten niet bang zijn
26Wees niet bang voor mensen die slechte dingen over jullie zeggen. Want alles wat verborgen is, zal zichtbaar worden. En alles wat geheim is, zal bekend worden. 27Alles wat ik jullie vertel, is nu nog geheim. Ik vertel het alleen aan jullie. Maar jullie moeten ervoor zorgen dat het overal bekend wordt. En dat iedereen het hoort.
28Jullie moeten niet bang zijn voor de mensen. Ze kunnen wel je lichaam doden, maar niet je ziel. Je moet alleen bang zijn voor God, want hij kan iemand met lichaam en ziel vernietigen in de hel.
29Mussen kosten bijna niets, je hebt er al twee voor een paar cent. Toch valt er dankzij de macht van God, jullie Vader, geen mus zomaar dood op de grond. 30God weet zelfs hoeveel haren je op je hoofd hebt. 31Je hoeft dus niet bang te zijn. Jullie zijn voor God veel belangrijker dan mussen.
32Jullie moeten aan de mensen vertellen dat je bij mij hoort. Dan zal ik ook tegen mijn hemelse Vader zeggen dat jullie bij mij horen. 33Maar stel dat jullie tegen de mensen zeggen: ‘Ik ken Jezus niet.’ Dan zal ik ook tegen mijn hemelse Vader zeggen dat ik jullie niet ken.