Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
Dagvers | Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Kleine mensen, groot geloof - deel 1 - Hebreeën 11:1-12

Bijbeltekst(en)

Hebreeën 11

Voorbeelden van groot geloof

Het geloof brengt ons redding

1Als we geloven, worden we gered. Dan wordt onze hoop werkelijkheid. En door ons geloof weten we zeker dat Gods hemelse wereld bestaat. Ook al kunnen we die nog niet zien.

2In de heilige boeken vertelt God over het grote geloof van onze voorouders.

De eerste gelovigen

3De hemel en de aarde zijn ontstaan door de woorden van God. Alles wat we zien, is dus ontstaan uit iets dat we niet kunnen zien. Dat begrijpen we omdat we geloven.

4Abel had een groot geloof. Daarom kon hij een beter offer aan God brengen dan Kaïn. God nam Abels offer aan, en noemde hem een goed mens. Abel is gestorven, maar omdat hij geloofde, wordt zijn verhaal nog steeds verteld.

5Ook Henoch had een groot geloof. Daarom hoefde hij niet te sterven. Hij werd door God naar de hemel gehaald en was niet meer op aarde. In de heilige boeken staat dat Henoch leefde zoals God het wilde. 6Dat laat zien dat Henoch geloofde. Want om bij God te kunnen komen, moet je geloven dat God bestaat. En dat hij je zal belonen als je hem echt zoekt.

7Ook Noach had een groot geloof. God vertelde aan Noach dat hij de wereld zou straffen met een grote overstroming. Daar was nog niets van te zien. Maar Noach gehoorzaamde God, en bouwde een boot om zijn gezin te redden. Noach werd gered omdat hij geloofde. Hij vertelde aan de andere mensen dat God de wereld zou straffen, maar ze luisterden niet.

Het geloof van Abraham

8Ook Abraham had een groot geloof. God beloofde hem een nieuw land, en gaf hem de opdracht om daarheen te gaan. Abraham gehoorzaamde. Hij ging weg uit zijn land, zonder dat hij wist waar hij terecht zou komen.

9-10Door zijn geloof kwam hij in het land dat God hem beloofd had. Maar hij woonde daar in tenten, als een vreemdeling, samen met zijn zoon Isaak en zijn kleinzoon Jakob. Die kregen dezelfde belofte van God. En ook zij bleven vreemdelingen in dat land. Want ze wachtten op het hemelse Jeruzalem, de stad die God zelf zou bouwen.

11Abrahams vrouw Sara kon geen kinderen krijgen en Abraham was al oud. Maar omdat Abraham een groot geloof had, kon hij toch vader worden. Want God had hem nakomelingen beloofd, en Abraham vertrouwde op God. 12En zo kreeg één man, die al bijna dood was, heel veel nakomelingen. Net zo veel als er sterren aan de hemel zijn, en net zo veel als er zand is bij de zee.

Hebreeën 11:1-12BGTOpen in de Bijbel

Ben je pas een goede gelovige als je geen fouten meer maakt? Als je nooit twijfelt of de mist in gaat? Hebreeën 11 kan bij deze vragen helpen. Het is een soort lofzang op de geloofshelden van Israël. Noach was rechtvaardig, Abraham deed wat God zei, Sara vertrouwde op Gods belofte en kreeg een kind, en ook Mozes en David komen langs. Opvallend is dat dit verre van perfecte mensen waren. Noach wordt dronken en uit schaamte voor hun vader bedekken zijn zonen zijn naaktheid. Sara lacht als ze hoort dat ze een zoon krijgt en liegt er vervolgens over (Gen. 18:12-15). Mozes heeft een moord gepleegd en mag later het beloofde land niet in omdat hij niet naar God geluisterd heeft (Num. 20). David wordt gestraft omdat hij Batseba tot vrouw neemt en haar man laat omkomen in de strijd (2 Sam. 11).
Deze voorbeelden laten zien dat je niet perfect hoeft te zijn om te geloven. Al deze mensen maakten fouten, kleine en grote. Toch laat God hen niet vallen, werkt Hij door hen heen en geeft Hij hun geloof.

Wie zijn jouw ‘geloofshelden’? Zijn er mensen in je omgeving die een voorbeeld voor je zijn in hun geloof en hoe je dat concreet doet?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.43.0
Volg ons