11De Joodse priesters brengen elke dag dezelfde offers. Die offers kunnen de zonden nooit wegnemen.
12Maar Christus heeft één offer gebracht waarmee hij de zonden wel wegnam. Hij zit nu voor altijd aan de rechterkant van God. 13Daar wacht hij tot al zijn vijanden diep voor hem zullen buigen, aan het einde van de tijd. 14Dan zal iedereen die bij hem hoort, gered worden. Daar heeft hij met dat ene offer voor gezorgd.
15Dat klopt ook met wat de heilige Geest tegen ons zegt in de heilige boeken: 16«De Heer zegt: De tijd van mijn eerste afspraak met de mensen zal voorbijgaan. Dit is mijn nieuwe afspraak met hen: Ik zal ervoor zorgen dat ze mijn regels goed begrijpen. Ik zal de regels in hun hart schrijven. 17En ik zal hun fouten en hun zonden vergeten.»
18De zonden zijn dus vergeven. En daarom is er nu geen offer voor de zonden meer nodig.