Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
Dagvers | Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Ritueel of relatie? - Matteüs 9:1-17

Bijbeltekst(en)

Matteüs 9

Jezus heeft de macht om zonden te vergeven

1Jezus ging weer met de boot naar de overkant van het meer. Hij ging naar zijn woonplaats Kafarnaüm. 2Er kwamen daar een paar mensen bij hem met een draagbed waar een man op lag. De man kon niet lopen. Jezus zag dat die mensen in hem geloofden. Daarom zei hij tegen de man die niet kon lopen: ‘Maak je geen zorgen. Ik vergeef je alles wat je verkeerd gedaan hebt.’

3Een paar wetsleraren dachten bij zichzelf: Jezus beledigt God! 4Maar Jezus wist wat ze dachten. Daarom zei hij tegen hen: ‘Jullie moeten niet zulke slechte dingen denken. 5Het lijkt makkelijk om te zeggen: ‘Ik vergeef je alles wat je verkeerd gedaan hebt.’ Het lijkt veel moeilijker om te zeggen: ‘Sta op en ga lopen.’ 6Maar ik ben de Mensenzoon. God heeft mij de macht gegeven om zonden te vergeven. Dat zal ik jullie laten zien.’

Toen zei Jezus tegen de man die niet kon lopen: ‘Sta op, pak je bed op, en loop naar huis.’ 7De man stond op en liep naar huis.

8Alle mensen zagen het en waren diep onder de indruk. Ze dankten God, die zo veel macht aan mensen geeft.

Jezus gaat om met slechte mensen

9Jezus ging weer verder. Onderweg zag hij een man zitten bij het tolhuis. Hij heette Matteüs. Jezus zei tegen hem: ‘Kom, ga met mij mee.’ Matteüs stond op en ging met Jezus mee.

10Later waren Jezus en zijn leerlingen bij Matteüs thuis om te eten. Daar kwamen ook veel tollenaars en allerlei slechte mensen. En die aten mee. 11Toen de farizeeën dat zagen, zeiden ze tegen de leerlingen: ‘Jullie meester hoort niet te eten met tollenaars en slechte mensen.’

12-13Toen Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen. Maar ik ben gekomen om aan slechte mensen het goede nieuws te vertellen.

Denk eens goed na over deze woorden van God: «Ik wil geen offers, maar ik wil dat jullie goed voor elkaar zijn.»’

Gasten op een bruiloft vasten niet

14De leerlingen van Johannes de Doper kwamen bij Jezus. Ze zeiden tegen hem: ‘Wij hebben speciale dagen om God te eren. Op die dagen vasten we. De farizeeën doen dat ook. Waarom doen uw leerlingen dat niet?’

15Jezus antwoordde: ‘Mijn leerlingen lijken op de gasten op een bruiloft. Op een bruiloft zijn de gasten vrolijk, zolang de bruidegom bij hen is. Mijn leerlingen zijn ook vrolijk, zolang ik bij hen ben. Maar er komt een tijd dat ik niet meer bij hen ben. Dan zullen mijn leerlingen op sommige dagen vasten.’

16Jezus zei ook: ‘Een oude jas met een scheur erin moet je niet herstellen met een nieuwe lap stof. Want als die nieuwe stof gaat krimpen, scheurt je jas nog verder kapot. 17En jonge wijn moet je niet bewaren in oude wijnzakken. Want oude zakken scheuren open door de jonge wijn. Dan zijn je wijnzakken kapot en stroomt de wijn weg. Je moet jonge wijn bewaren in nieuwe wijnzakken. Dan blijven de wijnzakken en de wijn goed.’

Matteüs 9:1-17BGTOpen in de Bijbel

Opnieuw roept Jezus’ handelen vragen op. Wie is deze man dat Hij de storm stilt? Wie is deze man dat Hij zonden vergeeft? Wie is deze man dat Hij met tollenaars en slechte mensen eet? De leerlingen van Johannes willen het begrijpen: waarom vasten de leerlingen van Jezus niet? Oftewel: wie is Jezus wel niet, dat Hij God niet eert door te vasten? Jezus’ reactie is veelzeggend: niet de vastenkalender, niet de speciale dagen bepalen of er gevast moet worden. Nee, Jezus’ aanwezigheid bepaalt of er gevast wordt of niet. Niet het ritueel is belangrijk, maar de relatie met Jezus zelf.

Welke rituelen of tradities doe jij vooral omdat je dat zo gewend bent? Verdiepen ze jouw relatie met Jezus of staan ze misschien juist in de weg?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.43.0
Volg ons