Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

7 april - Deuteronomium 2:2-15

Bijbeltekst(en)

2Toen zei de HEER tegen mij: 3‘Jullie zijn nu lang genoeg om dit gebergte heen getrokken. Keer om en ga naar het noorden. 4En jij moet het volk voorhouden: “Straks komen jullie door het gebied van jullie broeders, de afstammelingen van Esau, die in Seïr wonen. Zij zullen bang voor jullie zijn, maar jullie moeten jezelf goed in acht nemen 5en hen niet uitdagen. Ik geef jullie nog niet het kleinste stukje van hun land; het Seïrgebergte heb Ik immers aan Esau in eigendom gegeven. 6Het voedsel dat jullie nodig hebben zul je van hen moeten kopen, en ook voor je drinkwater moet je hen betalen. 7Want de HEER, jullie God, heeft jullie gezegend in alles wat je ondernomen hebt. Hij is heel die tocht door de grote woestijn met jullie meegegaan. De HEER, jullie God, stond jullie terzijde, veertig jaar lang, en het heeft je aan niets ontbroken.”’

8Toen wij onze broeders in Seïr, Esaus afstammelingen, achter ons gelaten hadden, verlieten we de route die van Elat en Esjon-Geber door de Araba loopt, en trokken we naar de woestijn van Moab. 9Toen zei de HEER tegen mij: ‘Je mag de Moabieten niet vijandig bejegenen en hen niet uitdagen, want Ik geef je van hun land niets in bezit; Ik heb Ar immers aan de nakomelingen van Lot in eigendom gegeven.’ 10(Vroeger woonden daar de Emieten, een groot en machtig volk; ze waren zo lang als de Enakieten. 11Evenals de Enakieten worden zij tot de Refaïeten gerekend; in Moab worden ze Emieten genoemd. 12En in Seïr woonden vroeger de Chorieten, maar de afstammelingen van Esau hebben zich van hun land meester gemaakt door hen uit te roeien en zich in hun plaats daar te vestigen, net zoals de Israëlieten gedaan hebben met het land dat de HEER hun in bezit heeft gegeven.) 13De HEER zei: ‘Breek op en steek het dal van de Zered over,’ en dat hebben we gedaan. 14Tussen ons vertrek uit Kades-Barnea en de oversteek van de Zered waren er achtendertig jaar verstreken. Uiteindelijk was er van de eerste generatie geen weerbare man meer over in ons kamp, zoals de HEER gezworen had. 15De HEER had zich tegen hen gekeerd: Hij had hen uit het kamp weggerukt tot er niemand meer over was.

Deuteronomium 2:2-15NBV21Open in de Bijbel
Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.6
Volg ons