maar U blijft dezelfde, en uw jaren zullen geen einde nemen.’
13Tegen wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd:
‘Neem plaats aan mijn rechterhand,
tot Ik van je vijanden een bank voor je voeten heb gemaakt’?
14Zijn zij niet allen dienende geesten, uitgezonden om hen bij te staan die de redding als erfenis zullen ontvangen?
Hebreeën 2
1Daarom moeten wij onze aandacht des te meer richten op wat we gehoord hebben, dan zullen we niet uit de koers raken. 2Want als het door engelen gesproken woord al zo veel rechtskracht bezat dat op elke overtreding en ongehoorzaamheid een rechtmatige straf volgde, 3hoe zullen wij dan aan die straf ontkomen wanneer we geen acht slaan op de grote redding die begonnen is met de woorden van de Heer, en die voor ons bevestigd werd door hen die deze woorden hebben gehoord? 4Ook God zelf getuigde daarvan, door tekenen en wonderen en allerlei grote daden te verrichten, en door overeenkomstig zijn wil steeds de heilige Geest te schenken.