17Armen en behoeftigen zoeken water – niets!
Hun tong verdroogt van de dorst.
Ik, de HEER, zal hun antwoord geven,
Ik, de God van Israël, zal hen niet verlaten.
18Ik laat op kale heuvels rivieren ontspringen
en bronnen in de valleien.
De woestijn maak Ik tot een waterplas,
dor gebied tot een bronrijke streek.
19Ik plant in de woestijn
ceder en acacia, mirte en olijfwilg,
en Ik laat in de wildernis
den, sneeuwbal en cipres opschieten.
20Dan zullen zij zien en beseffen,
begrijpen en erkennen
dat de hand van de HEER dit heeft verricht,
dat de Heilige van Israël dit alles schiep.