Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

5 april - Deuteronomium 1:19-33

Bijbeltekst(en)

19We zijn dus bij de Horeb weggegaan en dwars door die grote, verschrikkelijke woestijn getrokken, zoals u zelf ervaren hebt, naar het bergland van de Amorieten, zoals de HEER, onze God, ons had opgedragen. Ten slotte kwamen we bij Kades-Barnea. 20Toen zei ik tegen u: ‘U bent nu het bergland van de Amorieten genaderd, dat de HEER, onze God, ons zal geven. 21Hij is het die u dat land schenkt. Welnu, trek verder en neem het in bezit, zoals de HEER, de God van uw voorouders, u heeft opgedragen. Wees niet bang en laat u door niets ontmoedigen.’ 22Toen bent u allemaal bij me gekomen en u zei: ‘We willen mannen vooruitsturen om het land te verkennen. Dan kunnen zij ons verslag uitbrengen en ons vertellen welke route we moeten nemen en langs welke steden we komen.’ 23Ik vond dat een goed voorstel en koos twaalf mannen uit, één per stam. 24Zij zijn eropuit gegaan, het bergland in getrokken en uiteindelijk in het Eskoldal aangekomen. Na verkenning van het dal 25plukten ze daar vruchten, namen die mee en deden ons verslag. ‘Het is prachtig,’ vertelden ze, ‘het land dat de HEER, onze God, ons zal geven!’

26Maar u wilde niet verder trekken en verzette u tegen het bevel van de HEER, uw God. 27U zat in uw tenten te klagen: ‘De HEER moet ons wel haten! Hij heeft ons alleen maar uit Egypte weggehaald om ons uit te leveren aan de Amorieten en om ons te laten uitroeien. 28Waar gaan we eigenlijk heen? De angst sloeg ons om het hart toen onze verkenners vertelden dat de mensen daar sterker en langer zijn dan wij, dat ze in grote steden met hemelhoge versterkingen wonen en dat ze daar zelfs Enakieten hebben gezien.’ 29Toen heb ik u geantwoord: ‘Laat u daardoor niet afschrikken, wees niet bang. 30De HEER, uw God, die voor u uit gaat, zal voor u strijden. U hebt toch gezien hoe Hij het in Egypte voor u opnam, 31en ook in de woestijn, waar u ervaren hebt dat de HEER, uw God, u gedragen heeft zoals een vader zijn kind draagt, de hele weg die u gegaan bent tot uw aankomst hier.’ 32Desondanks vertrouwde u niet op de HEER, uw God, 33die u voorging op uw weg om een plaats voor u te zoeken waar u uw kamp kon opslaan, en u ’s nachts met een vuur en overdag met een wolk de weg wees die u moest gaan.

Deuteronomium 1:19-33NBV21Open in de Bijbel
Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.6
Volg ons