Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

25 januari - 1 Samuel 6:1-12

Bijbeltekst(en)

1De ark van de HEER was intussen al zeven maanden op Filistijns grondgebied. 2Nu riepen ze ook de priesters en de waarzeggers erbij en legden hun de vraag voor: ‘Wat moeten we doen met de ark van de HEER? Hoe kunnen we hem het beste terugsturen?’ 3Het antwoord luidde: ‘Als u de ark van de God van Israël terugstuurt, laat hem dan niet zonder meer weggaan. Geef in ieder geval een schadeloosstelling mee, dan zult u genezen en te weten komen waarom u al die tijd zo hard bent aangepakt.’ 4‘Waaruit moet die schadeloosstelling bestaan?’ vroegen ze, en het antwoord luidde: ‘Er zijn vijf vorstendommen. Geef daarom vijf gouden gezwellen mee en vijf gouden muizen. Alle vorstendommen hebben immers onder dezelfde plaag geleden, ook de stadsvorsten zelf. 5Maak beeldjes van uw gezwellen en van de muizen die uw land hebben geteisterd, om zo eer te bewijzen aan de God van Israël. Misschien laat Hij u dan met rust, en ook uw goden en uw land. 6Waarom zou u zich hardnekkig verzetten, zoals Egypte en de farao hebben gedaan? Toen Hij hard tegen hen optrad moesten zij de Israëlieten toch ook laten gaan? 7Dit moet er gebeuren: Zorg voor een nieuwe wagen en twee zogende koeien die nog nooit een juk hebben gevoeld. Span de koeien voor de wagen, haal hun kalveren bij hen weg en breng die naar de stal. 8Zet de ark van de HEER op de wagen met daarnaast een kistje met de gouden voorwerpen die u ter genoegdoening meegeeft, en laat die wagen zijn eigen weg gaan. 9Als hij voor uw ogen de grens over rijdt in de richting van Bet-Semes, dan betekent dat dat de God van Israël deze ramp over ons heeft voltrokken. Zo niet, dan weten we dat niet Hij ons met dit leed heeft getroffen, maar dat het toeval was.’ 10En zo gebeurde het. Ze spanden twee zogende koeien voor de wagen en sloten hun kalveren op in de stal. 11Ze zetten de ark op de wagen en daarnaast het kistje met de gouden muizen en de beeldjes van hun gezwellen. 12De koeien liepen regelrecht naar Bet-Semes. Ze loeiden wel, maar bogen niet af naar links of rechts. De Filistijnse stadsvorsten volgden hen tot aan de grens met Bet-Semes.

1 Samuel 6:1-12NBV21Open in de Bijbel
Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.10
Volg ons