Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

21 mei - Handelingen 2:25-36

Bijbeltekst(en)

25David zegt immers over Hem:

“Steeds houd ik de Heer voor ogen,

Hij is aan mijn zijde, ik wankel niet.

26Daarom verheugt zich mijn hart

en jubelt mijn tong van blijdschap.

Vervuld van hoop rust mijn lichaam,

27want U zult mij niet overleveren aan het dodenrijk

en het lichaam van uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan.

28U hebt mij de weg naar het leven getoond,

uw nabijheid zal mij vervullen met vreugde.”

29Volksgenoten, u zult mij wel toestaan dat ik over de aartsvader David zeg dat hij gestorven en begraven is; zijn graf bevindt zich immers nog steeds hier. 30Maar omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede beloofd had dat een van zijn nakomelingen zijn troon zou bestijgen, 31heeft hij de opstanding van de messias voorzien en gezegd dat deze niet aan het dodenrijk zou worden overgeleverd en dat zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan. 32Jezus is door God tot leven gewekt, daarvan getuigen wij allen. 33Hij is door God verheven, zit aan zijn rechterhand, en heeft van de Vader de heilige Geest ontvangen, zoals beloofd was. Die Geest heeft Hij over ons uitgegoten, en dat is wat u ziet en hoort. 34David is weliswaar niet naar de hemel opgestegen, maar toch zegt hij: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, 35tot Ik van je vijanden een bank voor je voeten heb gemaakt.’” 36Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en messias is aangesteld.’

Handelingen 2:25-36NBV21Open in de Bijbel
Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.6
Volg ons