Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

12 november - Prediker 10:8-20

Bijbeltekst(en)

8Wie een kuil graaft, loopt de kans erin te vallen; wie een bres slaat in de muur, kan gebeten worden door een slang. 9Wie stenen uit een rots houwt, kan zich verwonden; wie hout in stukken hakt, loopt gevaar. 10Iemand die zijn bijl niet slijpt wanneer de snede bot wordt, moet meer kracht gebruiken. Wie met wijs beraad te werk gaat, heeft meer kans van slagen. 11Wanneer de slang niet wordt bezworen en dan bijt, helpt de kunst hem te bezweren niet meer.

12De woorden die de wijze in de mond neemt, geven hem respect; wat er van de lippen van de dwaas komt, stort hem in het ongeluk. 13Wat er uit zijn mond aan woorden komt, is aan het begin al dwaasheid en wordt erbarmelijke waanzin aan het eind. 14Een dwaas bazelt er maar op los, terwijl geen mens weet hoe het later wordt en wat er na hem komt. Wie kan hem dat vertellen? 15Een dwaas zwoegt almaar door en dat mat hem af, hij weet niet eens de weg te vinden naar de stad.

16Je bent beklagenswaardig, land, wanneer je koning maar een kind is en zijn raadgevers al in de morgen naar een feestmaal gaan. 17Je bent gelukkig, land, wanneer je koning een man van adel is en zijn raadgevers alleen op de gepaste tijd naar een feestmaal gaan, zichzelf beteugelen en niet dronken zijn. 18Luiheid ondermijnt de balken, door slappe handen krijgt het huis een lekkend dak. 19Dronkenlappen denken bij hun feestmaal slechts aan hun plezier, de wijn vrolijkt alleen hun eigen leven op. Hun geld staat het ze toe. 20Maar vervloek de koning zelfs niet in gedachte en de rijke zelfs niet in je slaapvertrek, want de vogels van de hemel zeggen het voort, hun vleugels brengen je woorden verder.

Prediker 10:8-20NBV21Open in de Bijbel
Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.6
Volg ons