Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

23 maart - Jesaja 51:9-16

Bijbeltekst(en)

Jesaja 51

9Ontwaak, ontwaak, arm van de HEER,

en bekleed u met kracht!

Ontwaak als in de dagen van weleer,

als in lang vervlogen tijden.

Was u het niet die Rahab vermorzelde,

die het monster doorboorde?

10Was u het niet die de zee drooglegde,

het water van de machtige oervloed,

en een weg baande op de bodem van de zee

waarover het verloste volk kon gaan?

11Wie door de HEER zijn bevrijd, keren terug.

Jubelend komen zij naar Sion,

gekroond met eeuwige vreugde.

Blijdschap en vreugde komen hun tegemoet,

gejammer en verdriet vluchten weg.

12Ik, Ik ben het die jullie troost.

Hoe kun je dan bang zijn voor een sterveling,

voor een mensenkind dat vergaat als gras?

13Hoe kun je de HEER vergeten,

die je gemaakt heeft,

die de hemel heeft uitgespannen

en de aarde gegrondvest?

Hoe kun je je zo laten beheersen door angst

voor de toorn van je belagers,

voor hun pogingen je te vernietigen?

Waar blijven die belagers met hun toorn?

14Weldra wordt de geketende bevrijd;

hij zal niet sterven, niet afdalen in het graf,

het zal hem aan niets ontbreken.

15Ik, de HEER, jullie God,

die de zee opzweep, zodat de golven bruisen,

wiens naam is HEER van de hemelse machten,

16Ik leg je mijn woorden in de mond

en bescherm je met de schaduw van mijn hand,

Ik die de hemel geplant heb

en de aarde gegrondvest,

die tegen Sion zeg: ‘Mijn volk ben jij.’

Jesaja 51:9-16NBV21Open in de Bijbel

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.44.0
Volg ons