Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

16 juli - Deuteronomium 20:10-20

Bijbeltekst(en)

Deuteronomium 20

10Voordat u een stad aanvalt, moet u eerst een vredesregeling aanbieden. 11Als men op het voorstel ingaat en de poorten voor u opent, moeten alle inwoners van de stad tot herendienst worden gedwongen. 12Als ze echter geen vrede willen sluiten en liever de strijd met u aangaan, dan moet u de stad belegeren. 13Als de HEER, uw God, u de stad dan in handen geeft, moet u alle mannelijke inwoners ter dood brengen. 14Maar de vrouwen en kinderen en het vee en alles wat er aan goederen in de stad is mag u buitmaken. U mag van de buit gebruiken wat u wilt, want u krijgt het van de HEER, uw God. 15Zo moet u te werk gaan bij de steden die op grote afstand van u liggen, buiten het gebied dat hier voor u ligt. 16Maar daarbinnen, in de steden van het land dat de HEER, uw God, u als grondgebied zal geven, mag u geen mens in leven laten. 17Alle Hethieten, Amorieten, Kanaänieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten moet u doden, zoals de HEER, uw God, u heeft opgedragen, 18om te voorkomen dat u de gruwelijke dingen die zij voor hun goden doen van hen overneemt, waardoor u tegen de HEER, uw God, zou zondigen.

19Als u een stad langdurig moet belegeren, mag u haar boomgaarden niet vernietigen. Laat de bijl rusten en laat de bomen staan, want u moet er zelf van eten, en bovendien: is een boom soms een mens, dat u tegen hem moet strijden? 20Alleen de bomen waarvan u weet dat ze geen vruchten geven, mag u vernietigen of omhakken om ze te gebruiken voor de bouw van belegeringswerken tegen de stad waarmee u in oorlog bent.

Deuteronomium 20:10-20NBV21Open in de Bijbel

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.44.0
Volg ons