Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

21/12 - Gods barmhartigheid

Bijbeltekst(en)

Genesis 12

Abram naar Kanaän

1De HEER zei tegen Abram: ‘Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat Ik je zal wijzen.

2Ik zal je tot een groot volk maken,

Ik zal je zegenen, je naam veel aanzien geven,

een bron van zegen zul je zijn.

3Ik zal zegenen wie jou zegenen,

wie jou vervloekt, zal Ik vervloeken.

In jou zullen alle volken op aarde gezegend worden.’

Genesis 12:1-3NBV21Open in de Bijbel

Genesis 15

Abrams visioen

1Niet lang daarna richtte de HEER zich tot Abram in een visioen: ‘Wees niet bang, Abram: Ikzelf zal een schild voor je zijn. Je loon zal vorstelijk zijn.’ 2HEER, mijn God,’ antwoordde Abram, ‘wat voor zin heeft het mij te belonen? Ik zal kinderloos sterven, en alles wat ik bezit zal het eigendom worden van Eliëzer uit Damascus. 3U hebt mij immers geen nakomelingen gegeven; daarom zal een van mijn dienaren mijn erfgenaam worden.’ 4Maar de HEER sprak opnieuw tot hem: ‘Nee, niet je dienaar zal jouw bezittingen erven, maar een kind dat jijzelf zult verwekken.’ 5Daarop leidde Hij Abram naar buiten. ‘Kijk eens naar de hemel,’ zei Hij, ‘en tel de sterren, als je dat kunt.’ En Hij verzekerde hem: ‘Zo zal het ook zijn met jouw nakomelingen.’ 6Abram vertrouwde op de HEER en deze rekende hem dit toe als rechtvaardigheid.

Genesis 15:1-6NBV21Open in de Bijbel

Lucas 1

54-55Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar,

zoals Hij aan onze voorouders heeft beloofd:

Hij herinnert zich zijn barmhartigheid

jegens Abraham en zijn nageslacht,

tot in eeuwigheid.’

Lucas 1:55NBV21Open in de Bijbel

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.45.1
Volg ons