Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

9/12 - Gods logica

Hanna, (on)vruchtbaarheid

Bijbeltekst(en)

De gelofte van Hanna en de geboorte van Samuel

1In Rama in de streek Suf, in het bergland van Efraïm, woonde een man die Elkana heette. Hij was een zoon van Jerocham, die een zoon was van Elihu, de zoon van Tochu, de zoon van Suf, en behoorde tot de stam Efraïm. 2Hij had twee vrouwen: de ene heette Hanna en de andere Peninna. Peninna had kinderen, maar Hanna niet. 3Elk jaar ging deze man vanuit zijn woonplaats naar Silo, om zich daar voor de HEER van de hemelse machten neer te buigen en Hem offers te brengen. Chofni en Pinechas, de twee zonen van Eli, waren daar priesters van de HEER. 4Wanneer Elkana zijn jaarlijkse offer bracht, gaf hij zijn vrouw Peninna en haar zonen en dochters een stuk van het offervlees. 5Maar het mooiste stuk gaf hij aan Hanna, want haar had hij lief, ook al hield de HEER haar moederschoot gesloten. 6Haar rivale kwetste haar dan diep, door haar te sarren omdat de HEER haar geen kinderen gaf. 7Zo ging het jaar in jaar uit. Elke keer als ze naar het heiligdom van de HEER gingen, treiterde Peninna Hanna zo erg dat ze begon te huilen en haar eten liet staan. 8Toen dat weer eens gebeurde, vroeg haar man Elkana: ‘Waarom huil je, Hanna? Waarom eet je niet en waarom ben je zo bedroefd? Beteken ik niet meer voor je dan tien zonen?’ 9Na de maaltijd stond Hanna op en ging naar het heiligdom van de HEER, waar de priester Eli op een bankje bij de ingang zat. 10Diepbedroefd bad Hanna tot de HEER. In tranen 11legde ze een gelofte af: ‘HEER van de hemelse machten, ik smeek U, heb toch oog voor mijn ellende. Denk aan mij, uw dienares, vergeet mij niet. Schenk mij een zoon, dan schenk ik hem voor zijn hele leven aan U: nooit zal zijn hoofd door een scheermes worden aangeraakt.’

1 Samuel 1:1-11NBV21Open in de Bijbel

25De Heer heeft zich mijn lot aangetrokken. Hij heeft dit voor mij gedaan opdat de mensen me niet langer verachten.

Lucas 1:25NBV21Open in de Bijbel

Meer dan eens vertellen de schrijvers van het Oude Testament over vrouwen die geen kinderen kunnen krijgen: Sarai, Rachel, de vrouw van Manoach en nu Hanna. Het is opvallend hoeveel aandacht er in die teksten wordt geschonken aan de wanhoop van deze vrouwen, want de meeste bijbelschrijvers spreken niet of nauwelijks over de gevoelens van de hoofdpersonen.

In het geval van Hanna wordt haar wanhoop nog verergerd door het getreiter van Peninna. Aan dat getreiter kun je goed zien hoe veel mensen in die tijd dachten over kinderloosheid. Een vrouw zonder kinderen telde eigenlijk niet mee. Ook in het dankgebed van Elisabet lees je dat tussen de regels door: ze is blij dat God heeft gezorgd dat ze niet langer onvruchtbaar is, want nu zal er niet meer op haar neergekeken worden (Lucas 1:24-25).

Het mooie van de verhalen over deze vrouwen en hun ‘onverwachte’ kinderen, is dat zij een heel centrale plek hebben in Gods geschiedenis met de wereld. Elisabet weet vanaf het begin dat haar zoon een speciale taak van God krijgt. Hanna belooft zelfs dat ze haar kind aan God zal wijden. Gewone, onaanzienlijke mensen worden degenen die Gods plannen uitvoeren!

Welke mensen tellen in onze maatschappij niet zo mee? Hoe zou God hen bij zijn plannen betrekken?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.19.2
Volg ons