Psalm 74
Een lied van Asaf.
God, vergeet uw volk niet
God, waarom wilt u ons niet meer zien?
Waarom bent u woedend op ons?
U zou toch voor ons zorgen?
Denk aan het volk dat u eens hebt uitgekozen.
Denk aan de mensen die u bevrijd hebt
en die voor altijd bij u horen.
Denk aan de berg Sion,
de plek waar u woonde.
Kom terug naar uw stad,
waar alleen nog maar puin ligt.
Kom terug naar uw tempel,
die verwoest is door uw vijanden.
Midden in uw huis stonden zij te schreeuwen.
Ze zetten er hun vlag neer
als teken van hun overwinning.
Ze zwaaiden hun bijlen omhoog
en hakten wild om zich heen.
Alle versieringen sloegen ze stuk.
Ze staken uw heilige tempel in brand,
ze verwoestten de plaats waar u woonde.
Ze hadden geen respect voor uw huis.
Ze wilden ons allemaal vernietigen,
ze verbrandden alle tempels in het land.
God, waarom doet u niets?
God, wij krijgen van u geen enkel teken.
Er is niet één profeet meer,
en niemand weet hoe lang dat nog duurt.
Hoe lang zullen uw vijanden nog om u lachen?
Mogen ze altijd met u blijven spotten?
God, waarom doet u niets?
U bent toch altijd onze koning geweest?
U hebt uw volk en uw land toch altijd geholpen?
Laat ons zien hoe machtig u bent,
vernietig uw vijanden!
Met grote kracht hebt u de zee in tweeën gedeeld,
en de koppen van zeemonsters vernietigd.
U hebt hun koppen stukgeslagen,
en hun vlees gevoerd aan de wilde dieren.
U hebt rivieren laten stromen,
en ze weer veranderd in droog land.
De dag is van u, de nacht is van u.
U hebt de zon en de maan een plaats gegeven.
U hebt de grenzen van de aarde bepaald,
u hebt de zomer en de winter gemaakt.
Heer, denk aan wat u ons beloofd hebt
Heer, hoor hoe uw vijanden lachen,
hoor hoe dom ze zijn, hoe ze met u spotten!
Heer, wij zijn toch uw volk,
zonder u kunnen we niets.
Bescherm ons tegen het geweld van uw vijanden,
vergeet ons niet voorgoed.
Help ons, zoals u beloofd hebt!
Het land is vol geweld,
nergens is het meer veilig.
Laat onderdrukte mensen niet in de steek!
Als u ze helpt, zullen ze weer voor u zingen.
God, doe iets en verdedig uzelf!
Hoor toch hoe slechte mensen om u lachen,
elke dag weer.
Hoor hoe uw vijanden schreeuwen,
ze blijven maar tekeergaan!