De officiële naam voor parallellisme als stijlkenmerk is parallellismus membrorum (Latijn), te vertalen als ‘parallellisme (of: evenwijdigheid) van de delen’.
Vanaf de 18e eeuw gaat men er algemeen vanuit dat de Hebreeuwse dichtregels gebaseerd zijn op het principe van het parallellisme. Een voorbeeld uit Psalm 33:2
‘Huldig de HEER bij de klank van de lier / speel voor hem op de tiensnarige harp’
Deze dichtregel bestaat uit twee versdelen (cola
De beide versdelen zijn parallel aan elkaar en vormen in het Hebreeuws samen één dichtregel, die in de Nederlandse vertaling twee regels nodig heeft.