Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Extra informatie

Filter op categorie

Het koninkrijk van God in de evangeliën

Marcus en Matteüs spreken over de snelle komst van het koninkrijk van God. Maar de uitspraken van Jezus over de komst van het koninkrijk van God roepen vroeg in de kerkgeschiedenis vragen op. Bij Lucas en Johannes is er al nauwelijks of geen aandacht meer voor het moment waarop het koninkrijk zal aanbreken.

Nederdaling van de H. Geest

Op de achtergrond vier episoden uit de periode na de Opstanding: links Verschijning van Christus aan Maria Magdalena en Ontmoeting met de Emmaüsgangers, in het midden Christus' maaltijd met de Emmaüsgangers, rechts Hemelvaart van Christus.

Heer als betekenis van het woord kurios

Het Griekse woord kurios betekent: heer. Deze titel wordt in het Nieuwe Testament gebruikt voor God. Maar het is ook een aanduiding voor aardse heren en heersers. Kurios is ook een van belangrijkste titels die Jezus in het Nieuwe Testament krijgt.

Wie was Maria (moeder van Jezus) in de Bijbel?

Maria is de moeder van Jezus. Een engel vertelt haar dat zij een kind zal krijgen en dat hij Zoon van God genoemd zal worden. Maria is niet alleen aanwezig bij Jezus’ geboorte, maar ook bij zijn dood.

De sabbat in het Nieuwe Testament

De sabbat komt voor in de evangeliën, in Handelingen en in de brieven van Paulus. In de evangeliën discussieert Jezus met religieuze leiders over de sabbat. De discussies gaan over wat wel en niet is toegestaan op de sabbat. Verder blijkt dat er ook tussen joodse en niet-joodse navolgers van Jezus conflicten konden ontstaan over de geldigheid van het sabbatsgebod.

Uitstorting van de Heilige Geest-Sadeler

Dopen in de Bijbel

Dopen is een complete onderdompeling in water. In de Bijbel is het een teken van een nieuw begin en van inwijding. Jezus laat zich dopen door Johannes de Doper. Later wordt de doop een belangrijk inwijdingsritueel in de christelijke gemeenten.

Begraven in de Bijbel

In de tijd van de Bijbel werden de doden in principe begraven. Onbegraven blijven of gecremeerd worden werd gezien als een zware straf.

Wat is een rotsgraf?

In Israël werden mensen in rotsgraven begraven vanaf de eerste tempelperiode (ongeveer de achtste eeuw voor Christus tot 586 voor Christus) tot het einde van de tweede tempelperiode (eerste eeuw voor Christus en 70 na Christus).

Reizen in de Bijbel

In het oude Israël waren er verschillende redenen om op reis te gaan. Men reisde over het algemeen te voet, maar ook wel op ezels of andere dieren. Ook werden er wagens gebruikt om mee te reizen, of om goederen mee te vervoeren.

Wat is kruisigen?

Jezus werd gekruisigd door de Romeinen. Kruisigen was een straf die vaker door de Romeinen gebruikt werd.

De hemelvaart

De voorstelling stamt uit 'Dat boeck vanden leven ons lief heeren Ihesu Christi' gedrukt door Claes Leeu in 1488 in Antwerpen. De houtsnedes in dit exemplaar zijn met de hand ingekleurd.

De opstanding van Jezus

Jezus’ opstanding uit de dood raakt de kern van het christelijk geloof. ‘Als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos,’ schreef Paulus al aan de gelovigen in Korinte (1 Kor. 15:14), in een hoofdstuk dat helemaal gewijd is aan de opstanding. In de tijd van Paulus was het blijkbaar al een kwestie die de gemoederen bezighield en tot onderlinge verdeeldheid leidde (vgl. 2 Tim. 2:17-18) en dat is tot op de dag van vandaag niet anders. De opstanding wordt dan ook gezien als een essentieel en onopgeefbaar onderdeel van het christelijk geloof. Wie er vraagtekens bij plaatst, kan vaak rekenen op scherpe kritiek, onbegrip en uitsluiting, want het zou gaan om iets wat je simpelweg moet gelóven. De verhouding wetenschap en geloof lijkt juist hier op scherp te staan: waar de wetenschap er niet uit komt of met bevindingen komt die niet goed uitpakken, zou je op geloof aangewezen zijn. Tegelijk kunnen we ons afvragen of moderne wetenschap hier wel zo’n grote rol speelt, omdat het altijd al common sense was dat doden niet opstaan. De gedachte dat Jezus dat wel deed, leidde dan ook vanaf het begin tot ongeloof en spot (Hand. 17:32).

Diptiek met hemelvaart

Dit rechterpaneel van een diptiek, afkomstig uit Schalkwijk, verhaalt over de hemelvaart van Christus. Let op de voeten van Christus die nog zichtbaar zijn boven het hoofd van de verbaasd omhoog kijkende Maria.

Drieluik met nederdaling van de H. Geest

Op het middenpaneel Maria, de twaalf apostelen en twee heilige vrouwen. Op het linkerluik de Hemelvaart van Christus, op het rechterluik de Tenhemelopneming van Maria. De voorstellingen op het middenpaneel en linkerluik zijn voor een groot deel ontleend aan de gelijknamige houtsneden uit de Kleine Passieserie van Albrecht Dürer uit ca. 1510.

Hemelvaart

Een tekstkritisch probleem: Marcus 16:9-20

Marcus 16:9-20 wordt ook wel het ‘lange’ einde van Marcus genoemd. Dat einde is niet te vinden in de oudste handschriften van het Nieuwe Testament. Verschillende vroege kerkvaders, Clemens van Alexandrië en Origenes, uit de tweede en derde eeuw, weten niets over het bestaan van dit ‘lange’ einde. Voor hun is Marcus 16:8 nog het slot van het evangelie. Latere kerkvaders, Eusebius en Hiëronymus, uit de vierde en vijfde eeuw, kennen het ‘lange’ einde wel, maar zij kennen ook handschriften, schrijven ze, waar dit ‘lange’ slot níet in staat. Ook latere overschrijvers weten dat nog. Sommigen van hen schrijven bij Marcus 16:9-20 als notitie dat in bepaalde, oude, Griekse handschriften deze passage ontbreekt. Daarom zetten ze er soms expliciet bij, met sterretjes, dat het hier om een latere passage gaat. De Nieuwe Bijbelvertaling heeft dat voorbeeld gevolgd: met drie sterretjes in de tekst wordt aangegeven dat Marcus 16:9-16 niet het oorspronkelijke einde is. En in een voetnoot wordt uitgelegd wat de betekenis van die sterretjes is.

Hemelvaart van Christus

Zesde uit een reeks van acht schilderijen die bij toerbeurt als altaarstuk werden gebruikt naar gelang de kalender van het liturgisch jaar.

Jezus sterft aan het kruis

Julius Schnorr von Carolsfeld (1794–1872): Jezus sterft aan het kruis.

Opstanding van Jezus

Voor de vroege kerk is de opstanding van Jezus een van de meest belangrijke onderwerpen. In het Nieuwe Testament komt het dan ook veel terug in de geschriften. Jezus is verworpen door een belangrijk deel van zijn Joodse volksgenoten en gekruisigd door de Romeinen. Maar door de opstanding maakt God duidelijk dat Jezus helemaal bij hem hoort.
In de geschriften van het Nieuwe Testament wordt overal gesproken over de opstanding van Jezus, maar op verschillende manieren. Hoe jonger de geschriften zijn, hoe concreter de opstanding van Jezus beschreven wordt.

Wie was Maria van Magdala in de Bijbel?

Maria van Magdala is een belangrijke volgeling van Jezus. Zij is de eerste en belangrijkste getuige van het lege graf van Jezus en zijn opstanding uit de dood.

Begraven in het Nieuwe Testament

Sluitsteen graf

Deze foto is gemaakt in Jeruzalem, Israël.

Jezus’ opstanding

Julius Schnorr von Carolsfeld (1794–1872): Jezus staat op uit het graf.

Handoplegging in de Bijbel

Handoplegging is een symbolisch gebaar. Een hogergeplaatst persoon legt één of beide handen op het hoofd van een lagergeplaatst persoon of op de kop van een dier. Zo wordt de persoon of het dier voor een speciaal doel aangewezen. Of er wordt een bepaalde macht of invloed op hem overgedragen.

Waar komt de ‘week’ vandaan?

Wij kennen de week als een vaste, doorgaande cyclus van zeven dagen. Het ritme van de week staat los van de cyclus van de seizoenen (het jaar) en los van de cyclus van de maan (de maan-maand). De week zoals wij die kennen, heeft zijn basis in het Oude Testament. Maar er gaat ook een geschiedenis aan vooraf: het oude Israël was bekend met een ritme van zeven dagen uit de ploeg- en oogsttijd. Ook waren er religieuze festivals die zeven dagen duurden. Na de Babylonische ballingschap wordt de vaste, zevendaagse week de basis van de Joodse kalender.

Wat is een mantel?

Een mantel of bovenkleed werd over de tuniek heen gedragen. Zowel mannen als vrouwen droegen een bovenkleed.
De mantel was meestal gemaakt van zwaardere stof dan de tuniek. Hij werd om het middel bijeengehouden met een gordel van stof of leer.
Mensen droegen niet altijd een mantel. Bij lichamelijk werk was het makkelijker om alleen een tuniek te dragen.

Ziekte in de Bijbel

Er worden in de Bijbel allerlei verschillende ziektes en handicaps genoemd: verlamming, blindheid, doofheid, verschillende soorten uitslag (zoals huidvraat), koorts, etc. In werkelijkheid moet het aantal aandoeningen in de wereld van de Bijbel veel groter zijn geweest, omdat er in de oudheid weinig passende gezondheidzorg was.