Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Discriminatie

Discriminatie is volgens de Van Dale het ‘ongeoorloofd onderscheid dat gemaakt wordt op grond van bepaalde, met name aangeboren kenmerken zoals ras, geslacht, leeftijd, seksuele geaardheid’. Op basis van dit onderscheid worden bepaalde groepen achtergesteld en andere groepen bevoordeeld. In de huidige maatschappij wordt geprobeerd om discriminatie te bestrijden, vanuit het ideaal dat mensen gelijke kansen moeten krijgen. Tegelijk verschillen de meningen over wat discriminatie is en wat niet. Als we met onze hedendaagse visie op discriminatie naar het tijdperk kijken waarin de Bijbel is geschreven, zullen we waarschijnlijk veel gebruiken die toen normaal waren als discriminatie bestempelen. Hier focussen we op discriminatie op basis van etniciteit, maar het zou ook kunnen gaan over geslacht (bijvoorbeeld discriminatie van vrouwen aan de hand van 1 Kor. 14:34), seksuele geaardheid of gezondheid en lichamelijke gebreken (bijv. Lev. 21:16-21).

Discriminatie in Bijbelteksten

In de Bijbel zijn veel verhalen te vinden waarin bevolkingsgroepen gediscrimineerd en onderdrukt worden. Denk in het Oude Testament aan het volk Israël dat in Egypte tot slaven wordt gemaakt (Exodus), maar ook aan Israël dat later zelf andere volken overheerst (bijvoorbeeld 1 Kon. 5). Denk in het Nieuwe Testament aan de Romeinse overheersing en Paulus die Kretenzers neerzet als leugenaars en ‘vadsige vreters’ (zie bij Titus 1:12-13).

Een verheldering van de manier waarop verschillende etnische groepen met elkaar omgingen in de Grieks-Romeinse wereld – de tijd van het Nieuwe Testament – helpt om de mechanismen van discriminatie tegenover andere volken te begrijpen. Deze hebben te maken met hoe volken hun eigen identiteit vormden. Volken presenteerden zichzelf, hun cultuur, gebruiken en religie vaak zonder enige gêne als beter dan die van andere volken. Dit gevoel van superioriteit van de eigen cultuur en religie voedde het idee bij bijvoorbeeld de Romeinen dat ze het recht hadden om over anderen te heersen. Daarnaast heerste de gedachte dat het beter is om niet met buitenstaanders te trouwen en kinderen van hen te krijgen, omdat dat de superioriteit zou kunnen aantasten.

Religie was in de Grieks-Romeinse wereld sterk verweven met cultuur en etniciteit. Het christendom moest dan ook een manier vinden om met de bestaande gebruiken rondom etnische en religieuze groepsvorming om te gaan. Vandaar dat in het Nieuwe Testament nogal wat teksten te vinden zijn waarin de vroegchristelijke beweging zich afzet tegen andere vormen van jodendom en het volgen van Jezus presenteert als de betere optie; deze Bijbelteksten voedden in latere eeuwen antisemitisme (bijvoorbeeld Joh. 8:44 en 1 Tes. 2:14-16; Staan er antisemitische teksten in het Nieuwe Testament?).

Tegelijk zijn er Bijbelteksten waarin gepleit wordt voor een gelijke behandeling van alle mensen, zoals Galaten 3:25-29, waarin de principiële gelijkwaardigheid van volken, sociale statussen en genders benoemd wordt. Maar ook de profeten spreken zich uit tegen het verheffen van het ene volk boven het andere en komen op voor achtergestelde, gediscrimineerde groepen, zoals weduwen en migranten. Bovendien roept God het volk Israël na de uittocht uit Egypte op om andere volken, weduwen en wezen niet te onderdrukken, omdat ze dat eens zelf hebben meegemaakt (Ex. 22:20-23; Volk, Etniciteit).

Apartheid en bevrijding

Door de eeuwen heen zijn Bijbelteksten gebruikt om anderen te onderdrukken, maar ook om op te komen voor minderheden die gediscrimineerd werden. Voor de rechtvaardiging van witte superioriteit en het tot slaaf maken van de zwarte Afrikaanse bevolking werden bijvoorbeeld de vloek van Cham (Gen. 9:18-27) en het teken van Kaïn (Gen. 4:15) gebruikt. En met het verhaal van de toren van Babel (Gen. 11:1-9) werd tijdens de apartheid in Zuid-Afrika beargumenteerd dat mensen met verschillende huidskleur en afkomst gescheiden van elkaar zouden moeten wonen en leven. Aan de andere kant zet de Latijns-Amerikaanse bevrijdingstheologie uit de jaren zestig zich af tegen discriminatie door te stellen dat het onderdrukken van armen in strijd is met de Bijbel. Bevrijdingstheologen (en anderen) halen bijvoorbeeld de lofzang van Maria (Luc. 1:46-55) aan om de gevestigde orde te bekritiseren die de lagere sociale klassen uitbuit en achterstelt. Zwarte bevrijdingstheologen wijzen met name op Bijbelverhalen waarin God de kant kiest van mensen die benadeeld of achtergesteld worden: Hij bevrijdt Israël uit slavernij en komt in Jezus van Nazaret op aarde, een Jood, onderdrukt door de Romeinen.

Wat betreft discriminatie en de Bijbel is er dus niet alleen spanning tussen het toenmalige wereldbeeld en wat tegenwoordig wordt bestempeld als discriminatie en daarom afgekeurd, maar ook tussen Bijbelverhalen die discriminerend lijken of juist daartegen pleiten. Door de geschiedenis heen keert die spanning terug in hoe Bijbelteksten gebruikt worden. Waar discriminatie destijds normaal en geaccepteerd was en in latere eeuwen ook gerechtvaardigd werd met behulp van de Bijbel, lijkt er nu meer nadruk te liggen op Bijbelteksten die discriminatie afkeuren, ook al bestaat discriminatie nog altijd. De moeilijke teksten die we met onze hedendaagse bril zouden afkeuren, blijven onderdeel van de Bijbel. Juist doordat ze schuren, geven ze stof tot nadenken.

Verantwoording

Dit topic is afkomstig uit de Bijbel met bijdragen over geloof, cultuur en wetenschap, ook bekend als de Wetenschapsbijbel

Gerelateerde Bijbelgedeelten

Marcus 7.24 - Marcus 7.30
Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.21.9
Volg ons