Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Verbond in het Oude Testament: verbond met David

In zijn verbond met David belooft God aan David dat zijn koningshuis voor eeuwig op de troon zal blijven.

Waar in de Bijbel wordt het verbond genoemd?

Het verbond met David is overgeleverd in verschillende teksten in het boek 2 Samuel (2 Samuel 3:9-10; 2 Samuel 7:8-16; 2 Samuel 23:5), en in een aantal psalmen (Psalmen 89:4-5; Psalmen 89:28-29; Psalmen 110:4).
Het orakel van Natan (2 Samuel 7:8-16) wordt gezien als handvest van het Davidische verbond.

Een blijvend koningschap

Het orakel van Natan brengt verschillende aspecten van het Davidische verbond aan het licht:

  • De belofte aan David wordt overgebracht door een profeet: Natan. De boodschap is dus afkomstig van God en daarom gezaghebbend.
  • De boodschap maakt duidelijk dat de God van Israël de enige bron is van Davids macht. God alleen kan mensen tot koning verheffen. Het koningschap wordt op deze manier verenigd met het geloof in de God van Israël.
  • God belooft David twee dingen: land en een koningshuis (erfelijke dynastie). David wilde een huis voor God bouwen. Maar in plaats daarvan zal God voor David een (konings)huis bouwen.
  • De koning is niet goddelijk, zoals bij sommige andere volken, maar er is wel een speciale relatie tussen God en de koning: de relatie van vader en zoon (zie bijvoorbeeld 2 Samuel 7:14).
  • De koning heeft geen absoluut gezag. Hij is onderworpen aan het gezag van God en moet gehoorzamen aan Gods wetten.
  • Het verbond is een eeuwigdurend verbond, dat niet verbroken kan worden.

De koning en de scheppingsorde

Het verbond met David heeft nóg een bijzonder kenmerk. Dat komt vooral naar voren in Psalmen 72, en verder bijvoorbeeld in Psalmen 89:37-38. Daar is te lezen dat het koningshuis van David is verbonden met de scheppingsorde. Tijdens de schepping heeft God orde aangebracht in de wereld. De koning heeft een speciale verantwoordelijkheid om die orde in stand te houden. Dat moet hij doen door het handhaven van gerechtigheid. Ongerechtigheid werd gezien als een vorm van wanorde en als het gevolg van slecht koningschap.

Betekenis van de term ‘verbond’

In het geval van het verbond met David betekent het woord ‘verbond’ niet een verdrag tussen twee partijen. Het gaat eerder om een goddelijke ‘oorkonde’: God kent bepaalde voorrechten, macht of status toe aan een persoon, meestal een koning. Dat motief komt vaker voor in de Bijbel, bijvoorbeeld bij het verbond met Abraham. Ook elders in het Oude Nabije Oosten kende men zulke ‘oorkonden’ waarin een koning bezittingen of privileges schonk aan gewaardeerde onderdanen.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.21.9
Volg ons