Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

3/7 - Bijbelse voorbeelden

Bijbeltekst(en)

15Nu hun vader er niet meer was, zeiden Jozefs broers tegen elkaar: ‘Als Jozef zich nu maar niet tegen ons keert en ons al het kwaad vergeldt dat wij hem hebben aangedaan.’ 16Daarom lieten ze hem de volgende boodschap brengen: ‘Voordat je vader stierf, heeft hij ons opgedragen 17je dit verzoek over te brengen: “Vergeef je broers hun schandelijke misdaad, Jozef. Ze hebben je in de ellende gestort, maar vergeef de dienaren van de God van je vader hun misdaad toch.”’ Bij het horen van die woorden kon Jozef zijn tranen niet bedwingen. 18Daarna gingen zijn broers zelf naar hem toe. Ze vielen voor hem op hun knieën en zeiden: ‘We zijn bereid je slaaf te worden.’ 19Maar Jozef zei: ‘Wees maar niet bang. Ik kan toch Gods plaats niet innemen? 20Jullie hadden kwaad tegen mij in de zin, maar God heeft dat ten goede gekeerd, om te bewerken wat er nu gebeurt: dat een groot volk in leven blijft. 21Wees dus niet bang. Ik zal zelf voorzien in het onderhoud van jullie en jullie kinderen.’ Zo troostte hij hen en sprak hij hun moed in.

Genesis 50:15-21NBV21Open in de Bijbel

De Bijbel staat vol verhalen over mensen van vroeger, waar we veel van kunnen leren. In die verhalen komen we het thema ‘vergeving’ ook regelmatig tegen. Denk bijvoorbeeld aan het verhaal over David, die koning Saul vergaf toen hij hem achtervolgde om hem te doden. De vroege christenen vergaven Saulus, hoewel hij ervoor had gezorgd dat velen van hen waren gedood of gevangengezet. Een ander voorbeeld is het verhaal over Jozef, een van de twaalf zonen van Jakob. Meerdere keren in zijn leven stond hij voor de keuze te handelen uit wraak en vergelding, of te vergeven. Deze karaktertraining had hij nodig voor de zwaarste opgave: het vergeven van zijn broers. Jozef was door zijn broers verkocht als slaaf. Hij was vals beschuldigd door de vrouw van Potifar en kwam daardoor in de gevangenis terecht. Wanneer Jozef uiteindelijk onderkoning is, ontmoet hij zijn broers opnieuw. Zij herkennen hem niet. Maar hij zorgt ervoor dat zij en hun families niet omkomen van de honger. Als hij hun heeft verteld wie hij is, vragen de broers hem om vergeving. Jozef spreekt uit dat hij de broers heeft vergeven. Hij kijkt niet meer naar de fouten van het verleden, maar naar de manier waarop God die ten goede heeft gekeerd. En naar wat dit betekent voor de toekomst van deze familie. De vergeving die Jozef zijn broers aanbiedt, gaat gepaard met verzoening, het herstel van de relatie tussen hen.
Jozef leerde door allerlei situaties in zijn leven niet verbitterd te raken, maar zich te richten op God. Zo leerde hij al op jonge leeftijd te vergeven. Hij weerspiegelt daarin iets van Gods karakter van vergeving.

Zijn er momenten in jouw eigen leven waarop je voor de keuze stond om te vergeven? Wat heb je toen gedaan en waarom?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.21.9
Volg ons