Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Dag 14: de dienaar draagt ons lijden

In Jesaja 52-53 lezen we dat Gods belofte uitkomt: de dienaar zal slagen in zijn missie. Het lijden dat hij moet dragen, ondergaat hij, hoe zwaar het ook wordt. Zijn vertrouwen op God, en de wetenschap dat hij dit voor zijn volksgenoten doet, helpen hem daarbij.

Bijbeltekst(en)

De lijdende dienaar van de HEER

13Ja, mijn dienaar zal slagen,

hij zal groots zijn en hoogverheven.

14Zoals hij velen deed huiveren

– zo mismaakt was hij, zo weinig menselijk zijn aanblik,

zijn uiterlijk had niets meer van een mens –,

15zo zal hij veel volken opschrikken,

en koningen zullen sprakeloos staan.

En zij aan wie niets was verteld, zullen zien,

zij die niets hadden gehoord, zullen begrijpen.

1Wie kan geloven wat wij hebben gehoord?

Aan wie is de macht van de HEER geopenbaard?

2Als een loot schoot hij op onder Gods ogen,

als een scheut uit dorre grond.

Onopvallend was zijn uiterlijk,

hij miste iedere schoonheid,

zijn aanblik kon ons niet bekoren.

3Hij werd veracht, door mensen gemeden,

hij was een man die het lijden kende

en met ziekte vertrouwd was,

een man die zijn gelaat voor ons verborg

en door ons werd verguisd en geminacht.

4Maar hij was het die onze ziekten droeg,

die ons lijden op zich nam.

Wij echter zagen hem als een verstoteling,

door God geslagen en vernederd.

5Om onze zonden werd hij doorboord,

om onze wandaden gebroken.

De straf die hij onderging bracht ons vrede,

zijn striemen gaven ons genezing.

6Wij dwaalden rond als schapen,

ieder zocht zijn eigen weg;

maar de wandaden van ons allen

liet de HEER op hem neerkomen.

7Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet

en deed zijn mond niet open.

Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid,

als een ooi die stil is bij haar scheerders

deed hij zijn mond niet open.

8Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen.

Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad?

Hij werd verbannen uit het land der levenden,

om de zonden van mijn volk werd hij geslagen.

9Hij kreeg een graf bij misdadigers,

zijn laatste rustplaats was bij de rijken;

toch had hij nooit enig onrecht begaan,

nooit bedrieglijke taal gesproken.

10Maar de HEER wilde hem breken, Hij maakte hem ziek.

Hij offerde zijn leven voor de schuld van anderen,

om zijn nageslacht te zien en lang te leven.

En door zijn toedoen slaagde wat de HEER wilde.

11Na het lijden dat hij moest doorstaan,

zag hij het licht en werd met kennis verzadigd.

Mijn rechtvaardige dienaar verschaft velen recht,

hij neemt hun wandaden op zich.

12Daarom ken Ik hem een plaats toe onder velen

en zal hij met machtigen delen in de buit,

omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood

en zich tot de zondaars liet rekenen.

Hij droeg echter de schuld van velen

en nam het voor zondaars op.

Jesaja 52:13-53:12NBV21Open in de Bijbel

Uitleg Jesaja 52:13-53:12
Gods belofte staat 
Jesaja 51 en 52 staan vol goed nieuws: het einde van de straf is aangebroken. De vreugdebode kondigt aan: het is vrede, God troost en Jeruzalem is vrij. Vervolgens gaat het vanaf Jesaja 52:13 weer over de dienaar van God. Jesaja 52:13-53:12 kun je indelen in drie stukken. In Jesaja 52:13-15 is God aan het woord. Daarna is het publiek, ‘wij’, aan het woord in Jesaja 53:1-11a. Ten slotte is God weer aan het woord in Jesaja 53:11b-12. Het stuk begint met Gods woorden over de verhevenheid van de dienaar (Jesaja 52:13), die later totaal tegengesproken worden door de stem van het publiek (Jesaja 53:2-4). Al direct is het stuk heftig: velen huiveren, volken schrikken (Jesaja 52:14-15). Zowel de volken als Gods volk worden door God aangesproken. Weer hangt alles van God af. God belooft dat zijn dienaar zal slagen (Jesaja 52:13). Zoals we eerder hebben gelezen, ging het de dienaar niet altijd goed af. Hij moest heftige tegenslagen doorstaan. Zo ziet de stem van het publiek het ook: de dienaar wordt veracht en verguisd (Jesaja 53:3). Maar Gods belofte staat: mijn dienaar zal slagen.

De lijdende dienaar
In de wereld van de Bijbel dacht men dat ziekte een straf van God was, en uiterlijke schoonheid een teken van Gods zegen. Met die twee gedachten wordt hier korte metten gemaakt. De dienaar was absoluut niet mooi om te zien, hij was zelfs onmenselijk, afstotelijk (Jesaja 52:14 en 53:2). Hij kende lijden en ziekte (Jesaja 53:3). Deze omschrijving doet terugdenken aan Jesaja 1. Daar wordt het volk ook omschreven als ziek en geslagen (Jesaja 1:5). Het verschil is dat de dienaar dit alles onschuldig ondergaat (Jesaja 53:9), in tegenstelling tot het volk, dat wel schuldig was (Jesaja 1:4). In Jesaja 1 wordt het volk niet genezen (vers 6), maar in Jesaja 53 brengt de dienaar door zijn lijden genezing aan het volk (vers 5).
De dienaar is degene die door God gestuurd is om alle volken te redden. God gebruikt juist iemand die verafschuwd wordt, aan de rand van de samenleving staat, om zijn plan uit te voeren. Uit de woorden van God in Jesaja 52:13-15 blijkt: hoewel mensen van de dienaar zullen schrikken en hem afstotelijk zullen vinden, is er toch een gedeelte dat wél begrijpt wat er aan de hand is (vers 15). Die groep komt vervolgens in Jesaja 53:1 aan het woord. Een groep die eerst niets had gehoord, maar nu wél hoort, die nu wel openstaat voor Gods macht.
Het lijden van de dienaar is niet willekeurig, en het is ook geen straf voor zijn zonden. Nee, hij draagt de ziekten en het lijden van ‘ons’ (Jesaja 53:4). Sterker nog: de zonden en de wandaden van de sprekers zijn de oorzaak van zijn lijden (Jesaja 53:5). Niet alleen draagt de dienaar al dit lijden, zijn lijden zorgt ook voor genezing bij de groep mensen die aan het woord is: het volk van God.

Verband met andere teksten: Filippus en de Ethiopiër
In het verhaal van Filippus en de Ethiopiër leest de Ethiopiër een tekst uit het boek Jesaja (Handelingen 8:26-40). De Ethiopiër nodigt Filippus uit om in zijn wagen te zitten en hem de Bijbeltekst uit te leggen. De tekst die hij leest is Jesaja 53:7-8. Filippus betrekt deze tekst op Jezus. Jezus is de lijdende dienaar. Filippus gebruikt deze tekst als aanknopingspunt om de Ethiopiër over Jezus te vertellen. De Ethiopiër identificeert zich met de ‘wij’-stem uit Jesaja. Om zijn zonden werd Jezus doorboord, beseft hij. Daarom wil hij Jezus volgen, en laat hij zich dopen.

Vragen

  1. 1.Welke nieuwe dingen over de dienaar leer je in deze Bijbeltekst?
  2. 2.Wat zegt deze Bijbeltekst over God?
  3. 3.Als mensen hebben we vaak de neiging om onze eigen fouten op anderen af te wentelen. De dienaar doet juist het tegenovergestelde: hij de neemt de verantwoordelijkheid voor de fouten van anderen op zich. Zou je hem dat, in het klein, kunnen nadoen? Wat voor effect zou dat hebben?

Kader
Dragen van lijden in het Nieuwe Testament
Bij de tekst van Jesaja 53:4-12, over de dienaar die lijden en ziekten draagt, om zonden wordt doorboord, en wiens striemen genezing brengen, denk je als christen al snel aan Jezus. Toch worden deze verzen niet vaak in het Nieuwe Testament geciteerd. In Matteüs 8:17 wordt Jesaja 53:4 geciteerd: ‘Hij was het die onze ziekten wegnam en onze kwalen op zich heeft genomen.’ Het gaat dan over de genezingen die Jezus doet. In Romeinen 4:25 (‘Hij die werd prijsgegeven om onze zonden en werd opgewekt omwille van onze rechtvaardiging’) verwijst Paulus naar Jesaja 53:12. In 1 Petrus 2:22-25 wordt Jesaja 53:4-7, 9 en 12 geciteerd en toegepast op het leven en sterven van Jezus. In Lucas 22:37 citeert Jezus waarschijnlijk Jesaja 53:12, om zijn lijden en sterven aan te kondigen, dat vlak daarna begint. Telkens wordt Jezus voorgesteld als degene die er door zijn lijden voor heeft gezorgd dat anderen worden genezen. Daarmee maakt hij een nieuw leven mogelijk: als je hem navolgt kun je in rechtvaardigheid leven.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.21.9
Volg ons