Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

2/21 - Dienstbaar

Toen hij opkeek, zag hij even verderop plotseling drie mannen staan. Onmiddellijk snelde hij de tent uit, naar hen toe. Hij boog diep en zei: ‘Heer, wees toch zo goed uw dienaar niet voorbij te gaan.’ - Genesis 18:2-3

Bijbeltekst(en)

Sodom en Gomorra

1De HEER verscheen opnieuw aan Abraham, bij de eiken van Mamre. Op het heetst van de dag zat Abraham in de ingang van zijn tent. 2Toen hij opkeek, zag hij even verderop plotseling drie mannen staan. Onmiddellijk snelde hij de tent uit, naar hen toe. Hij boog diep 3en zei: ‘Heer, wees toch zo goed uw dienaar niet voorbij te gaan. 4Ik zal wat water voor u laten halen zodat u uw voeten kunt wassen. Maak het u hier onder de boom intussen gemakkelijk. 5Ik zal u ook iets te eten brengen, zodat u weer op krachten kunt komen voordat u verdergaat. Daarvoor bent u immers bij uw dienaar langsgekomen?’ Zij antwoordden: ‘Dat is goed, ga uw gang.’

6Abraham haastte zich naar de tent, naar Sara. ‘Vlug,’ zei hij, ‘drie schepel fijn meel! Maak deeg en bak brood.’ 7Daarna snelde hij naar de kudde, zocht een mooi kalf uit dat er mals uitzag, en gaf dat aan een knecht, die het onmiddellijk klaarmaakte. 8Hij haalde boter en melk, nam het gebraden kalf en zette alles aan zijn gasten voor. Terwijl zij aten, bleef hij bij hen staan onder de boom.

9‘Waar is Sara, uw vrouw?’ vroegen zij hem. ‘Daar, in de tent,’ antwoordde hij. 10Toen zei een van hen: ‘Ik kom over precies een jaar bij u terug en dan zal uw vrouw Sara een zoon hebben.’ Sara, die in de ingang van de tent stond, achter de man, hoorde dat.

Genesis 18:1-10NBV21Open in de Bijbel

Abraham zit op het heetst van de dag in de schaduw bij zijn tent wanneer hij drie mensen ziet. Hij neemt het initiatief en gaat de vreemdelingen tegemoet; hij begroet hen en smeekt hun om zijn gastvrijheid te aanvaarden. Hij noemt zichzelf hun dienaar, en hij is er snel bij als het erom gaat ze van eten en drinken te voorzien.

Abraham ziet de vreemdelingen en handelt. Gastvrijheid begint met zien en groeten. Het is onmogelijk om gastvrij te zijn zonder je bewust te zijn van wie er voor je staat. Alle mensen hebben een aangeboren waardigheid, zonder uitzondering. Dat geldt ook voor migranten, vluchtelingen en ontheemden. Als we hen zien en groeten, erkennen we hen als medemensen, erkennen we hun waardigheid.

Gastvrijheid houdt in dat we ruimte maken voor anderen en het beste wat we hebben beschikbaar stellen om voor anderen te zorgen. Het gaat niet alleen om voedsel, geld of hulp, maar ook om onze bereidheid om te dienen.

Abraham dacht dat hij drie reizigers ontving, maar hij bevond zich in de aanwezigheid van God zelf. Hij bood hun voedsel en misschien onderdak, maar zij gaven hem zoveel meer: de bevestiging dat hij een zoon zou krijgen.

Wanneer of van wie heb jij meer ontvangen dan dat je gegeven had?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.21.9
Volg ons