Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

1/7 Mozes: Geloofstwijfels uitspreken naar God

Bijbeltekst(en)

1Weer maakte Mozes bezwaar. ‘Ze zullen me vast niet geloven en niet naar me luisteren,’ zei hij. ‘Ze zullen zeggen: “De HEER is helemaal niet aan jou verschenen.”’ 2De HEER vroeg: ‘Wat heb je daar in je hand?’ ‘Een staf,’ antwoordde Mozes. 3‘Gooi hem op de grond,’ beval de HEER, en toen Mozes dat deed, veranderde de staf in een slang. Mozes deinsde achteruit, 4maar de HEER zei tegen hem: ‘Grijp de slang bij zijn staart.’ Toen Mozes dat deed, veranderde in zijn hand de slang weer in een staf. 5De HEER zei: ‘Hierdoor zullen ze geloven dat de HEER, de God van hun voorouders, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob, aan jou verschenen is.’ 6Ook zei Hij: ‘Steek je hand eens in je kleed.’ Mozes deed dat, en toen hij zijn hand er weer uit trok, zat die onder de uitslag, hij was sneeuwwit. 7‘Steek je hand nog eens in je kleed,’ zei de HEER. Mozes deed het en toen hij zijn hand er opnieuw uit trok, zag die er weer net zo uit als de rest van zijn huid. 8‘Als ze je niet geloven en zich niet door het eerste wonderteken laten overtuigen,’ zei de HEER, ‘dan zullen ze zich wel laten overtuigen door het tweede. 9Maar zijn ze door geen van deze beide wonderen te overtuigen en blijven ze weigeren naar je te luisteren, dan moet je water uit de Nijl scheppen en dat over het land uitgieten; het water uit de Nijl zal op het droge in bloed veranderen.’

10Maar Mozes antwoordde: ‘Neemt U mij niet kwalijk, Heer, maar ik ben geen goed spreker. Dat is altijd al zo geweest, en daar is geen verandering in gekomen nu U tegen mij, uw dienaar, gesproken hebt. Ik kan moeilijk uit mijn woorden komen.’ 11De HEER zei: ‘Wie heeft de mens een mond gegeven? Wie maakt iemand stom of doof, ziende of blind? Wie anders dan Ik, de HEER? 12Ga nu, Ik zal bij je zijn als je moet spreken en je de woorden in de mond leggen.’

13Maar Mozes zei: ‘Neemt U mij niet kwalijk, Heer, stuur toch iemand anders, wie U maar wilt.’ 14Nu werd de HEER kwaad op Mozes. ‘Je hebt toch een broer, de Leviet Aäron?’ zei Hij. ‘Ik weet dat hij welbespraakt is. Hij is al naar je onderweg en zal blij zijn je te zien. 15Spreek tot hem en leg hem de woorden in de mond. Ik zal bij jullie zijn als je moet spreken en jullie zeggen wat je moet doen. 16Hij zal in jouw plaats het volk toespreken: hij zal jouw mond zijn, jij zult zijn god zijn. 17En neem je staf in de hand, want daarmee moet je de wonderen doen.’

Exodus 4:1-17NBV21Open in de Bijbel

Mag je je twijfel en vragen uitspreken naar God? Soms kan twijfel een vorm van ongeloof lijken, die opgelost moeten worden. Ook Mozes heeft twijfels. Toch roept God hem om de Israëlieten uit Egypte te bevrijden. Mozes ontmoet God op een indrukwekkende manier in een brandende braamstruik.

Toch is Mozes nog niet overtuigd. ‘Wie ben ik dat ik naar de farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?’ zegt hij. En wat moet hij dan eigenlijk tegen het volk zeggen? God antwoordt en zegt dat Hij ervoor zal zorgen dat de Israëlieten Egypte kunnen verlaten. Opnieuw maakt Mozes bezwaar: ‘Wat als ze me niet geloven?’

Dan geeft God Mozes twee tekenen; een daarvan is dat Hij Mozes’ staf in een slang verandert. Het moet erg indrukwekkend geweest zijn, een staf die opeens in een levende, kronkelende slang verandert. Toch heeft Mozes twijfels en hij spreekt die ook uit. Maar zelfs als aan Mozes’ bezwaren geen einde lijkt te komen, laat God hem niet vallen en blijft Hij bij zijn keuze voor Mozes.

Ook nu nog mag je je twijfels en vragen uitspreken of zelfs uitroepen naar God. Hij weet wat je nodig hebt.

Heb jij weleens geloofstwijfels? Wat doe je met die twijfels en vragen? Durf je ze uit te spreken naar God, net zoals Mozes deed?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.21.9
Volg ons