Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

5/7 Maria: Geloven met hart en ziel

Bijbeltekst(en)

Aankondiging van de geboorte van Jezus

26In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, 27naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Ze heette Maria en ze was nog maagd. 28Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ 29Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. 30Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. 31Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet Hem Jezus noemen. 32Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. 33Tot in eeuwigheid zal Hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’

34Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog geen gemeenschap met een man.’ 35De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw overdekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God. 36Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap, 37want voor God is niets onmogelijk.’ 38Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Daarna liet de engel haar weer alleen.

Maria en Elisabet

39Kort daarop reisde Maria in grote haast naar het bergland, naar een stad in Juda, 40waar ze het huis van Zacharias binnenging en Elisabet begroette. 41Toen Elisabet de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; ze werd vervuld van de heilige Geest 42en riep luid: ‘De meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot! 43Wie ben ik dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt? 44Toen ik je groet hoorde, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. 45Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan.’

46Maria zei:

‘Mijn ziel prijst en looft de Heer,

47mijn hart juicht om God, mijn redder:

48Hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares.

Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen,

49ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan,

heilig is zijn naam.

50Barmhartig is Hij, van geslacht op geslacht,

voor al wie Hem vereert.

51Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm

en drijft uiteen wie zich verheven wanen,

52heersers stoot Hij van hun troon

en wie gering is geeft Hij aanzien.

53Wie honger heeft overlaadt Hij met gaven,

maar rijken stuurt Hij weg met lege handen.

54-55Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar,

zoals Hij aan onze voorouders heeft beloofd:

Hij herinnert zich zijn barmhartigheid

jegens Abraham en zijn nageslacht,

tot in eeuwigheid.’

56Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar, en ging toen terug naar huis.

Lucas 1:26-56NBV21Open in de Bijbel

Geloven is het accepteren van een aantal regels en geloofsovertuigingen, zo lijkt het soms. Als je daar moeite mee hebt, ben je – zo lijkt het – niet of minder gelovig. Toch is geloof veel meer dan met je hoofd instemmen met het geloof. Ook je hart en ziel zijn daarbij onmisbaar.

Maria laat ons zien wat geloven is. Ze is een jong meisje uit een onbetekenende plaats, Nazaret. Plotseling verschijnt de engel Gabriël aan haar. Gabriël vertelt haar dat ze zwanger zal worden en een zoon, Jezus, zal baren. Hij zal de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. De heilige Geest zal over haar komen, zegt Gabriël, want voor God is niets onmogelijk.

Het is een bizarre boodschap. Denk je maar eens in hoe dat voor Maria geweest zou zijn. Toch komt ze niet met allerlei tegenargumenten. Ze zegt: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Ze zingt een loflied voor God, die grote dingen heeft gedaan en haar, als heel gewoon meisje, ziet en uitgekozen heeft.

Maria gelooft niet alleen met haar hoofd, maar met haar hele wezen. Ze zingt van geluk en geeft woorden aan wat er leeft in haar hart en ziel. Zo maakt ze ruimte voor God in haar leven en laat zij ook ons zien wat het betekent om te geloven.

Is geloven voor jou iets van je hoofd of van je hart? Hoe kun je in het geloof je gevoel en je denken bij elkaar houden?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.21.9
Volg ons