Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

6/7 - Geven van je gebrek

Bijbeltekst(en)

1Toen Hij opkeek, zag Hij hoe rijken hun giften in de offerkist kwamen werpen. 2Hij zag ook dat een arme weduwe er twee muntjes in gooide, 3en Hij zei: ‘Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer gegeven dan alle anderen. 4Want de anderen hebben iets van hun overvloed geofferd, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze nodig had voor haar levensonderhoud.’

Lucas 21:1-4NBV21Open in de Bijbel

Meer is beter, dat is hoe het vaak werkt in deze wereld. Meer verdienen, meer kopen, en ook: meer geven. Soms kun je als christen een druk voelen om zoveel mogelijk te geven aan de kerk of aan goede doelen. Dat is toch wat God van ons vraagt?

Er zijn veel organisaties die geweldig werk doen en die gulle giften en dikke cheques heel goed kunnen gebruiken. Geven zou echter geen last moeten zijn, iets waar je van wakker ligt of wat je met pijn in het hart doet. Paulus schrijft over de collecte voor de gelovigen in Jeruzalem: ‘Als u namelijk bereidwillig geeft van wat u hebt, worden uw gaven met vreugde aanvaard; u hoeft niet te geven van wat u niet hebt. Het is niet de bedoeling dat u door anderen te helpen zelf in moeilijkheden raakt. Er moet evenwicht zijn’ (2 Korintiërs 8:12-13). Geven mag iets vreugdevols zijn wat naar draagkracht gebeurt: ‘Laat ieder zo veel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief wie blijmoedig geeft’ (2 Korintiërs 9:7).

De twee muntjes van de weduwe maakten in de praktijk misschien weinig verschil vergeleken met de grote giften van de rijken. Maar tegelijk maakte dat kleine bedrag juist alle verschil voor de gever zelf. Deze vrouw koos ervoor om te delen van haar armoede. Daarmee was ze misschien wel rijker dan elke ander.

Hoe ga jij om met giften? Waar baseer je je keuzes op? Ben jij een blijmoedige gever?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.21.9
Volg ons