Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

3/7 - Geschenk van God

Bijbeltekst(en)

18Wanneer een mens geniet van rijkdom en bezit, wanneer hem dat door God wordt toegestaan als zijn rechtmatig deel en hij zich verheugt in alles wat hij moeizaam heeft verworven, is dat een geschenk van God. 19Dan piekert hij tenminste niet zoveel over het luttel aantal dagen van zijn leven, maar gaat hij van ganser harte op in de vreugde die God hem toebedeelt.

Prediker 5:18-19NBV21Open in de Bijbel

Afhankelijkheid blijft een belangrijk onderwerp als het over geld gaat. Kijk maar naar de woorden die Prediker hier gebruikt: rijkdom en bezit wordt iemand ‘door God toegestaan’, het is ‘een geschenk van God’. Wij leven soms in de overtuiging dat we iets verdienen, dat we recht hebben op een bepaalde rijkdom en dat dat ons eigendom is. Prediker draait dat om en zegt dat jouw bezit je door God toegestaan wordt; het is een gunst die Hij je verleent.

Eerder in hetzelfde hoofdstuk geeft Prediker al aan hoe triest het kan zijn als iemand puur gericht is op het bewaken van zijn bezit: ‘Eén tegenslag vaagt al die rijkdom weg … Naakt is zo iemand uit de moederschoot gekomen, even naakt keert hij terug. Niets van wat hij heeft verworven en in handen dacht te hebben, neemt hij mee’ (vers 13a,14).

Wat je hier op aarde bezit aan geld en spullen, is een geschenk van God. Daar mag je met volle teugen van genieten, want dat is je door Hem gegund. Er is geen reden om je daar schuldig over te voelen. Maar, zegt Prediker: je krijgt het in bruikleen. Je denkt het in handen te hebben. Geniet er dus van, maar weet dat het niet eeuwig is.

Hoe zie jij je geld en bezit? Is het een geschenk, of iets wat je verdient? Wat denk je, kan het ook allebei zijn?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.21.9
Volg ons