Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
8 februari 2023Hans Ausloos

Dierenrechten en de Bijbel

De meeste mensen vinden dat we dieren goed moeten behandelen en dat de mens een zekere verantwoordelijkheid heeft om dierenleed te voorkomen. Zo gaan er stemmen op om bepaalde doorgefokte honden- en kattenrassen te verbieden die zouden lijden door hun onnatuurlijk uiterlijk. Sommige mensen verzetten zich resoluut tegen het doden van dieren en worden vegetariër. En ook veel niet-vegetariërs willen dat dieren op een ‘menswaardige’ manier worden geslacht.

De meeste mensen zijn het erover eens dat ook dieren rechten hebben, en dat ze tegen de wreedheid van de mens moeten worden beschermd. Uit de Bijbel krijg je soms een heel andere indruk. Zoals bij de verovering van Jericho, waar volgens het boek Jozua de Israëlieten, gehoor gevend aan Gods gebod, ‘runderen, schapen en ezels’ (samen met mannen, vrouwen, kinderen en oude mensen) om het leven brengen. Of wat te denken van de duizenden dieren die door de Bijbel heen aan God worden geofferd?

Moeten dieren tegen elkaar worden beschermd?

In haar onlangs gepubliceerde boek Gerechtigheid voor dieren. Onze collectieve verantwoordelijkheid denkt de vooraanstaande Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum de kwestie van de dierenrechten verder door. Zo vraagt ze zich af de mens zich er ook voor moet inzetten om dieren tegen elkaar te beschermen. Moeten we proberen te voorkomen dat de dieren onderling elkaar pijn doen en doden? Moet de mens proberen van roofdieren vegetariërs te maken en zo het lijden van sommige diersoorten verlichten en hun wrede dood trachten te voorkomen? Met andere woorden: moeten we proberen onze katten af te leren om op muizen te jagen en deze – al dan niet bij volle bewustzijn – met huid en haar op te vreten? Sommige mensen denken er zo over, bijvoorbeeld de initiatiefnemers van herbivorizepredators.org. Het hoeft geen betoog dat de ethische en andere problemen die samenhangen met het ‘herbivoriseren’ van roofdieren niet gering zijn.

Vegetarische dieren en de Bijbel

Het idee van een dierenrijk waarin alle dieren vegetariër zouden zijn is niet nieuw. Integendeel, zelfs enkele teksten uit het Oude Testament opperen dit al.

Na afloop van de zesdaagse schepping spreekt God de mens als volgt toe: ‘Hierbij geef Ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn’ (Genesis 1:29). Over de mens wordt dus als vegetariër gesproken. In het vervolg van zijn toespraak gaat God nog een hele stap verder wanneer hij het over het dieet van de dieren heeft: ‘Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef Ik alle groene planten tot voedsel’ (Genesis 1:30). Volgens dit scheppingsgedicht is dus niet alleen de mens vegetariër, maar wordt ook de dieren een vegetarisch dieet opgelegd. Soms hoort men wel eens beweren dat dit wel moest, anders zouden ze de ark van Noach (Genesis 6–9) niet kunnen overleven.

Gods droom en belofte

Het is te betwijfelen of dit samenleven in de ark de reden is voor het vegetarische dieet van mens en dier. Veeleer wilde de auteur in het scheppingsgedicht Gods droom van een ideale wereld oproepen. Christenen spreken in dit verband veelal over de eschatologische hoop op een nieuwe wereld. God heeft een schepping voor ogen waarin er noch pijn, noch dood is.

Het ‘scheppen’ van God in Genesis 1 betekent voor de auteur vooral dat chaos plaatsmaakt voor orde en harmonie. In zo’n harmonische, ideale wereld is er geen plek voor lijden en dood. Dit probeert de auteur duidelijk te maken door mens en dier vegetarisch te laten zijn. Vegetariërs onthouden zich immers van het vergieten van bloed. En in het oude Israël gold het bloed als de bron van het leven.

In die ideale wereld raakt men niet aan het leven, niet aan dat van mensen en niet aan dat van dieren. Daarom doen ook dieren onderling er elkaar geen pijn en verscheuren ze elkaar niet, zelfs niet uit honger. Het Bijbelse scheppingsgedicht gaat dan ook niet in de eerste plaats over een ver verleden. We horen er God veeleer in dromen over een ideale wereld, een wereld zoals hij zou moeten zijn, een wereld waarin het leven heilig is.

Deze thematiek komt ook in het boek Jesaja voor. In de messiaanse tekst van Jesaja 11 ontmoeten we opnieuw de vegetarische dieren uit het scheppingsgedicht. In de messiaanse tijd ‘zal een wolf zich neerleggen naast een lam, een panter vlijt zich bij een bokje neer; kalf en leeuw zullen samen weiden en een kleine jongen zal ze hoeden. Een koe en een berin grazen samen, hun jongen liggen bijeen; een leeuw eet stro, net als een rund’ (Jesaja 11:6-7).

Geen receptenboek maar denkrichting

Toch kun je de Bijbel niet zondermeer aanvoeren als een reden om roofdieren te ‘herbivoriseren’. De Bijbel is immers niet zomaar een receptenboek voor actuele vraagstukken. Het is weinig waarschijnlijk dat de auteurs begaan waren met wat we vandaag de dag dierenrechten noemen. In Genesis en Jesaja ontwaren we veeleer sporen van Gods droom van een harmonieuze wereld, van een ‘nieuwe hemel en een nieuwe aarde’ (Openbaring 21:1-8), waarin ‘geen dood meer zal zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn’ (Openbaring 21:4).

De vegetarische wereld van Genesis en Jesaja roepen een toekomst op die wij mensen niet tot stand kunnen brengen. De huidige wereld zal altijd getekend blijven door lijden. Maar de schepping die God voor ogen heeft blijkens de Bijbel geeft wel een denkrichting aan: het is onze plicht om na te denken over en ons in te zetten voor alles wat lijden kan tegengaan, ook het lijden van dieren.

Hans Ausloos is hoogleraar Bijbelwetenschappen aan de Université Catholique de Louvain in België.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.21.9
Volg ons