Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
23 juli 2019

De kracht van humor in Joh. 8:1-11

Staat er humor in de Bijbel? Om die vraag goed te beantwoorden, moet je natuurlijk eerst formuleren wat humor eigenlijk is. We weten dat het iets te maken heeft met de lachspieren, maar dat geldt ook voor lachgas en dat vinden mensen toch niet echt iets wat wij onder humor verstaan. Volgens het woordenboek is humor een ander woord voor grappig, maar daar schieten we ook niets mee op, want wat is dát dan weer? Ik denk dat het bijvoorbeeld iets te maken heeft met mensen op het andere been zetten en dan precies op het been waar ze niet op gerekend hadden. Met iets onverwachts, iets dat je niet aan ziet komen. Iets waardoor je even de controle kunt verliezen over die bepaalde spiermassa en eventueel je blaas. Dat kan te maken hebben met de bijzondere ontknoping van een verhaal of met een spiegel waarin je opeens onverwacht naar jezelf kijkt.

Wat dat betreft, had Jezus bijzonder knappe humor. Neem nu dat verhaal van die vrouw in Johannes 8:1-11. Misschien had ze een wijntje te veel op of kreeg ze gewoon te weinig aandacht van haar man, maar in ieder geval: ze is op heterdaad betrapt op overspel door de joodse godsdienstige leiders. Over wat we ons daarbij moeten voorstellen, zullen we maar niet te lang nadenken. En ze brengen haar bij Jezus om Hem uit de tent te lokken. Eigenlijk helemaal geen humoristisch verhaal, want ze moest de doodstraf krijgen. Dat stond in de wet.

Maar de humor komt door de reactie van Jezus. Wat was het handig geweest als Hij een stevige discussie was aangegaan met de heren! Dan hadden ze Hem met hún theologische kennis weer flink van repliek kunnen dienen en Hem misschien zelfs wel vast kunnen praten. Niet dat je daar iets mee opschiet, maar zo doen mensen dat nu eenmaal graag. Het kan een soort gevoel van macht geven als jij de slimste bent of de meeste kennis paraat hebt. Maar het totaal onverwachte is dat Jezus in het zand gaat zitten schrijven met zijn vinger en geen enkele aandacht besteedt aan de situatie. Ik denk dat er op dat moment al wat mensen geweest zijn die stiekem een beetje moesten grinniken om de schriftgeleerden. Je voelt je op deze manier behoorlijk staan lijkt me, als je bij de godsdienstige top van Israël hoort. Dus ze blijven aandringen en uiteindelijk kijkt Jezus op en spreekt één zin waardoor de gerespecteerde leiders volledig onderuitgaan. En door die zin verschuift Hij de aandacht van die foute mevrouw naar de heren zelf. “Als je zonder zonde bent, moet je de eerste steen maar gooien”. 

Geen discussie, geen geschreeuw, geen gehakketak, maar wel een paar vooraanstaande geestelijken die opeens beseffen dat hun mond wel heel vol zit met tanden. Als er een felle discussie was ontbrand, waren de argumenten over en weer gevlogen, maar nu viel door de reactie van Jezus iedereen stil. De mannen werden gedwongen in hun eigen spiegel te kijken en dat uitzicht viel behoorlijk tegen. En dat kwam omdat ze volkomen op het andere been werden gezet door Jezus. Het ging Hem even niet om de regeltjes, maar om de manier waarop je met de regeltjes omgaat. En tja, dat is een stuk vermoeiender, want dan word je opeens zelf deel van het verhaal.

Hier is dus sprake van humor die ontmaskert. Die de geestelijke leiders zelfs in hun hemd zet. Daarom druipen zo ook allemaal af. De oudsten vertrokken het eerst. Dat begrijp ik wel, want ik ken genoeg oude mensen die zichzelf niet meer kunnen relativeren en daarom ook niet meer om zichzelf kunnen lachen, als dat ooit wel in hun vermogen gelegen heeft. Die gaan dan uiteindelijk zeggen dat vroeger alles beter was en bedoelen dus dat ze niet om kunnen gaan met veranderingen. Als je niet meer om jezelf kunt lachen, moet het leven wel bijna ondraaglijk zijn. En meedogenloos. Maar in dit verhaal leidt de totaal onverwachte humor van Jezus tot een hele nieuwe kans voor iemand die ten dode was opgeschreven. Zoveel kracht kan humor hebben!

Rob Favier, Theoloog en liedjesschrijver

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.21.9
Volg ons