Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Reparatie of inspectie? Over de vertaling van Ezra 4:12

Na de verovering van Jeruzalem door de Babyloniërs lag de stad er verloren en weerloos bij: de muren waren geslecht en de tempel lag in puin. Het is meer dan begrijpelijk dat degenen die terugkeerden uit ballingschap de tempel en de stadsmuren wilden herstellen. 

Dat stuitte echter op bezwaren van de inwoners van Samaria, de voormalige hoofdstad van het verdwenen noordelijke rijk Israël. Die wilden dat hún stad het centrum van de Perzische provincie Yehud zou blijven. Volgens Ezra 4 probeerden zij met een brief aan de Perzische koning de Jeruzalemse plannen te dwarsbomen. Daarbij richtten ze zich met name op de militair-politiek belangrijke herbouw van de stadsmuren. Eén zinswending in Ezra 4:12b levert vertalers problemen op, vanaf de Septuaginta tot aan vandaag. Het is zeer waarschijnlijk dat de Masoretische Tekst (MT) het proces van tekstoverlevering hier niet ongeschonden is doorgekomen. Wij verhelderen met een filologisch betoog de laatste zin van Ezra 4:12b en stellen een nieuwe vertaling voor. 

Samenvatting

Dit artikel is een eenvoudige versie van een grondige wetenschappelijke publicatie over een eeuwenoud probleem in de tekst van Ezra 4:12. De auteurs presenteren hun nieuwe oplossing. In bestaande vertalingen wordt het betreffende werkwoord, yaḥîṭû in het Aramees, opgevat als ‘repareren’ of ‘herstellen’ van fundamenten. Dit is gebaseerd op oude vertalingen zoals de Septuaginta. De auteurs stellen echter voor om het woord te lezen als yeḥîṭû met de betekenis ‘inspecteren’. Deze interpretatie wordt ondersteund door recent ontdekte Aramese teksten uit Elefantine en door parallellen in Akkadische literatuur, zoals het Gilgamesj-epos. Het inspecteren van fundamenten was een literaire topos die goddelijke goedkeuring van stadsmuren symboliseerde. 

De bestuurders van Samaria waren in feite marionetten van de Perzen. Hun brief is onderdeel van het verhaal in Ezra 3-6. Daarin wordt verslag gedaan van het gecompliceerde proces van de herbouw van Jeruzalem na de Babylonische ballingschap. De verteller van het boek Ezra legt de schrijvers van deze brief in de mond dat zij geschokt zijn door de potentiële dreiging. Een versterkt Jeruzalem zou een grote concurrent vormen voor de machtspositie van de leiders in Samaria, politiek en financieel. De taal van de brief is complex. De verteller van Ezra 3-6 doet zijn best de tekst op een officiële brief aan de Perzische koning Artaxerxes te laten lijken. Dit leidt tot statig taalgebruik, waarin de emotie over de dreiging kunstig is verpakt. 

Eén zinswending in deze brief, in Ezra 4:12b, is al eeuwen problematisch voor vertalers. Ons filologische betoog in dit artikel leidt tot een nieuwe vertaling van de laatste zin van deze Bijbeltekst. Daarbij draait het om de analyse van de Aramese werkwoordsvorm yaḥîṭû, in de NBV21 vertaald als ‘zij repareren’, namelijk de fundamenten van de muren van Jeruzalem. Deze casus laat zien hoe uitleggers en vertalers omgaan met moeilijk oplosbare puzzels in de brontekst. 

Standaardvertalingen 

De NBV21 – ‘ze herstellen de muren en repareren de fundamenten’ – staat niet alleen. In recente commentaren op Ezra komt een vergelijkbare vertaling voor. Recente en minder recente vertalingen volgen grotendeels hetzelfde spoor. 

Deze vertaling is gebaseerd op de interpretatie van de vorm yaḥîṭû als een haf’el of pa’el van het Aramese werkwoord ḥîṭ of ḥûṭ. De betekenis van dit Aramese werkwoord is echter problematisch, omdat tot voor kort noch in het Aramees, noch in het Arabisch of in de Noordwest-Semitische talen een betekenis te vinden was die past bij de context van Ezra 4:12. Etymologie hielp dus niet. Geleerden nemen in zo’n geval hun toevlucht tot de vertaling van de Griekse Septuagint (LXX) en zetten die betekenis over op het Aramese woord. De LXX luidt – in vertaling – ‘zij richtten de fundamenten op’, wat verwijst naar een daad van herstel. Iets vergelijkbaars is te vinden in de Vulgaat: et parietes conponentes, ‘zij waren de muren aan het samenstellen’. 

Er is echter wel een probleem: de LXX, de Vulgaat, maar ook de Pesjitta en de navertelling in het boek 1 Esdras leveren verwarring op, en wel op het macroniveau van de brief. Zij vertalen vers 12 met de aanduiding dat de muren zijn voltooid (verleden tijd) – of bezig zijn voltooid te worden. Terwijl het doel van de brief juist was de Judeeërs ervan te weerhouden met de herbouw van de muren te beginnen (verzen 13, 16). 

Tegen de stroom in 

Dit probleem heeft geleid tot alternatieve vertalingen. De woordenboeken merken op dat de betekenis van het Aramese werkwoord ḥîṭ onzeker is en dat verschillende voorstellen om het werkwoord te vertalen met ‘voortschrijden/verbeteren/aaneenschakelen’ niet meer zijn dan gissingen op basis van verwante woorden in het Arabisch of Syrisch. Sommige geleerden zien dit als een probleem en wijzen een uitweg door *yahîbû te lezen: ‘zij werden gelegd’. Dit werkwoord komt voor in Ezra 5:16: ‘Sheshbazzar (…) legde de fundamenten van het huis van God.’ Voor deze lezing is echter geen steun te vinden in manuscripten of oude vertalingen. 

In zijn woordenboek doet Holladay de suggestie dat het Aramese werkwoord ḥîṭ of ḥûṭ de betekenis ‘inspecteren’ zou kunnen hebben. Dit idee was ook al geopperd in het woordenboek van Brown, Driver en Briggs. In haar commentaar op Ezra nam Lisbeth Fried deze visie over. Zij interpreteerde het Aramese woord als een leenwoord uit het Akkadisch ḫâṭu. Ze verwijst naar een Nieuw-Babylonische tekst: temenšu labīri aḫîṭ abrēma, ‘Ik inspecteerde zorgvuldig de oude fundamenten.’ Deze parallel geeft aan dat voltooide fundamenten van gebouwen werden geïnspecteerd voordat de volgende fase van een bouwproject begon. Wij vinden ‘inspecteren’ een goede suggestie (zie onder), maar met een vertaling in de verleden tijd blijft er een probleem bestaan. 

Tekst en tijd in Ezra 4:12b 

Is er in Ezra 4:12b sprake van een verleden tijd van de aantonende wijs? In het volgende vers (13) is een voorwaardelijke zin te vinden: 

Laat het nu aan de koning bekend zijn dat als die stad herbouwd wordt en de muren voltooid zijn, zij dan geen schatting, douane of belasting zullen betalen. 

Deze voorwaarde – ‘als … dan’ – maakt duidelijk dat de muren nog niet voltooid kunnen zijn aan het einde van vers 12. Vers 12 tekent de vrees van de briefschrijvers over de gevolgen van de herbouw van de muren. Het bespreekt een hypothetische mogelijkheid. Daarom stellen wij als oorspronkelijke lezing voor: ‘zij kunnen de muren voltooien’ (*wšrwyy’ yškllw). 

Nu het tweede deel van vers 12b. Het eerste woord ’uššayyā’ geeft weinig problemen. Het woord is een leenwoord, afkomstig van het Sumerische UŠ en via het Akkadisch (uššu, ‘fundament’) in het Aramees terechtgekomen. Het duidt op het dragende fundament van een bouwwerk, zoals een muur, een tempel of een paleis. Hier staat het in het meervoud en met lidwoord – ‘de fundamenten’ – als het lijdend voorwerp van de zin. 

Het werkwoord yaḥîṭû is echter een groot probleem en wel op twee manieren. Wat betekent de stam en is het wel met een verleden tijd te vertalen? We denken beide problemen op te kunnen lossen door de MT te vocaliseren als *yeḥîṭû. Dit woord is een pe’al van de stam ḥîṭ of ḥûṭ. Deze vorm heeft een modaal aspect. Wat de betekenis betreft sluiten we ons aan bij de vertaling ‘inspecteren’. Zo bestaat 12b uit twee parallelle zinnetjes die ook syntactisch identiek zijn. Dat leidt tot de volgende vertaling van Ezra 4:12: 

Laat het de koning bekend zijn dat de Judeeërs, die van u naar ons optrokken, naar Jeruzalem zijn gekomen. Ze zijn begonnen de opstandige en slechte stad te herbouwen! Ze willen de muren voltooien en ze kunnen de fundamenten inspecteren! 

Externe steun 

Zoals hierboven gezegd: wij vinden ‘inspecteren’ een goede suggestie. Terwijl het begon als een geleerde gissing, is uit recent onderzoek gebleken dat het werkwoord ḥîṭ, ‘inspecteren’, inderdaad bekend was in het Aramees ten tijde van Ezra. Het woord komt voor in enkele Aramese teksten uit Elefantine en ook in de Spreuken van Ahiqar, een Aramees wijsheidsgeschrift. Dat maakt het voorstel om ook in Ezra 4:12 met ‘inspecteren’ te vertalen heel sterk. 

Een literair topos 

Om te begrijpen wat er in Ezra 4:12b wordt bedoeld, moeten we een uitstapje maken naar het beroemde Epos van Gilgamesj. Zowel aan het begin als aan het einde van het Gilgamesj-epos – in de Standaard Babylonische versie – komt het thema van het inspecteren van de goddelijke funderingen van de stadsmuur van Uruk voor. De relevante teksten luiden in de vertaling van Vanstiphout: 

Bestijg de muur van Uruk, en wandel daarop rond!
Bekijk zijn fundament, beproef het tichelwerk: 
of dit geen echte baksteen is,
gelegd door de Zeven Wijzen? 

De woorden die hier met ‘fundament’ en ‘tichelwerk’ vertaald zijn, zouden wij liever als ‘funderingsplatform’ en ‘de funderingen’ vertalen. De tekst gebruikt het Akkadische woord ḫiāṭu om te verwijzen naar de inspectie van de bouwwerken. Deze zinnen hebben een echo in de bouwinscripties van de Nieuw-Babylonische koning Nebukadnessar, zoals: 

Ik heb de oude funderingen zorgvuldig geïnspecteerd (aḫîṭ). 

Het is verleidelijk om te suggereren dat ook de schrijver van Ezra 4:12 geprobeerd heeft het thema van de goddelijk goedgekeurde muren van Uruk te verbinden met die van Jeruzalem door het gebruik van dit literaire topos. In zowel Gilgamesj als Ezra 4 verschijnt de inspectie tijdens de bouw van de muren en dient die als een indicatie van de macht van de inspecteur over de stad. Zo worden de inwoners van Jeruzalem in Ezra 4 subtiel geportretteerd als de ‘ware’ heersers over de stad waarvan de muren goddelijk waren goedgekeurd. Een vergelijkbaar thema is aanwezig in Psalm 48:13-14. Terzijde wijzen we nog op een regel uit de geschiedenis van de torenbouw van Babel: 

Maar toen daalde de HEER af om te kijken naar de stad en de toren die de mensen aan het bouwen waren (Genesis 11:5). 

‘Zien; kijken’ heeft hier de betekenis van ‘bezien; inspecteren’. 

Conclusie 

We hebben in dit artikel betoogd dat in Ezra 4:12b het woord yaḥîṭû gelezen moet worden als *yeḥîṭû en vertaald met een aanvoegende wijs, ‘zij kunnen/willen inspecteren’. In hun rapport aan de Perzische koning wilden de ambtenaren in Samaria de heerser informeren dat de nieuw aangekomen inwoners in Jeruzalem allerlei activiteiten ondernemen die de belangen van de Perzen zouden kunnen schaden. Een van deze acties bestond uit het inspecteren van de fundamenten van de stadsmuur, met het oog op het herbouwen of versterken van deze verdediging. 

Het is begrijpelijk dat onbekende woorden in de Bijbel worden weergegeven op een manier die volgens de vertalers/uitleggers ‘voor de hand ligt’. Daardoor kan juist het eigene van een tekst ondersneeuwen. Het is bijzonder om te zien hoe hier, dankzij nieuw inzicht in het Aramese woord ḥîṭ, een motief in de tekst blijkt te staan dat voor ons misschien vreemd is, maar past bij de Bijbelse cultuur. 

Prof. dr. Bob Becking is emeritus Faculteitshoogleraar Bijbel, Religie en Identiteit van de Faculteit Geestestwetenschappen van de Universiteit Utrecht. 

Dr. James D. Moore is assistant professor bij het department of Near Eastern and South Asian Languages and Cultures van de Ohio State University in Columbus. 

Bronvermelding

Bob Becking en James Moore, ‘Reparatie of inspectie? Over de vertaling van Ezra 4:12’ in: Met Andere Woorden 44/2 (oktober 2025), 52-59.

Afbeelding: Ezra leest voor uit de wet. Illustratie uit: Oud en Nieuw Testament, platen naar Julius Schnorr von Carolsfeld. Van Belle, Rotterdam 1875. Foto: NBG. 

Vakblad Met andere woorden

Met Andere woorden is hét tijdschrift dat je up-to-date houdt over het vertalen van de Bijbel. Ook biedt Met Andere Woorden inspirerende artikelen op het snijvlak van vertalen en Bijbeluitleg.

Lees meer

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.46.1
Volg ons