Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Waar gaat het Nieuwe Testament over?

Het Nieuwe Testament is het tweede deel van de Bijbel. Het bestaat uit 27 Bijbelboeken. In deze boeken wordt verteld over Jezus en de eerste christenen. Ze zijn geschreven tussen het jaar 50 en 125 na Christus, in de tijd van het Romeinse rijk. Hier kun je meer leren over de volgorde in het Nieuwe Testament.

De evangeliën en Handelingen

Aan het begin van het Nieuwe Testament staan vier boeken die ‘evangelie’ worden genoemd. Het woord evangelie betekent: goede boodschap. De goede boodschap is het nieuws dat God zijn Zoon Jezus naar de wereld gestuurd heeft. Hij is gekomen om de mensen te redden. De vier evangeliën zijn genoemd naar de mensen die de verhalen over Jezus hebben opgeschreven. Volgens de traditie zijn dat: Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Alle vier vertellen ze op hun eigen manier het goede nieuws over het leven van Jezus, zijn sterven en zijn opstanding.

Het boek Handelingen gaat over de tijd na de dood en de opstanding van Jezus. Het vertelt over de eerste christelijke gemeentes. Handelingen laat zien hoe steeds meer mensen in het Romeinse rijk in Jezus gaan geloven.

De brieven

In het Nieuwe Testament staan veel brieven. De meeste brieven zijn van Paulus. Paulus schreef deze brieven aan gemeentes van volgelingen van Jezus, of aan mensen die hij op zijn reizen had ontmoet. Daarin bespreekt hij dingen die voor hem en voor die gemeente belangrijk zijn.

Bij een aantal brieven in het Nieuwe Testament staat een andere afzender dan Paulus. Er is één brief van Jakobus, de broer van Jezus en één brief van Judas, een andere broer van Jezus. En er zijn twee brieven van Petrus, een leerling van Jezus. Of die mensen deze brieven ook werkelijk geschreven hebben, weten we niet. In de brief aan de Hebreeën staat niet wie hem geschreven heeft. We weten dus niet wie de afzender is. Ook in de drie brieven van Johannes staat geen naam van een afzender.

Openbaring

Het laatste boek van het Nieuwe Testament heet Openbaring. De schrijver van dit boek wil de christenen aan wie hij schrijft, moed geven. Ze moeten de Romeinse keizer niet als een god vereren. Ook als ze vanwege hun christelijke geloof vervolgd worden, moeten ze proberen vol te houden. Het is nu nog moeilijk, en er zullen nog ergere dingen gebeuren. Maar straks zal alles anders worden. Dan komt Gods nieuwe wereld.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.6
Volg ons