Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Belangrijke personen in de Bijbel

In de Bijbel komen heel veel mensen voor. Hieronder staan een paar van de meest bekende Bijbelse figuren, zoals bijvoorbeeld Esther, Adam en Noach. Als je op een naam klikt, ga je naar de pagina met nog veel meer informatie over die persoon. Nieuwsgierig naar wie er nog meer voorkomen in de Bijbel? Hier kun je ook informatie vinden over heel veel andere personen uit de Bijbel.

ADAM EN EVA (Genesis 2-5)

Adam en Eva zijn de eerste twee mensen in de Bijbel. Ze leven heel dicht bij God, in de tuin van Eden.

NOACH (Genesis 6-9)

Noach moet van God een boot bouwen voor zichzelf en zijn gezin, en voor een heleboel dieren. Er zal namelijk een grote overstroming komen, die de hele aarde met water zal bedekken.

ABRAHAM EN SARA (Genesis 12-25)

God belooft aan Abraham en Sara dat ze veel nakomelingen zullen krijgen. Daar zal later het volk Israël uit voortkomen.

JAKOB (Genesis 25-35)

Jakob is de zoon van Isaak en de kleinzoon van Abraham. De twaalf zonen van Jakob worden later de stamvaders van het volk van Israël.

MOZES (Exodus 2-19; Deuteronomium 34)

Mozes krijgt van God de opdracht om het volk van Israël uit Egypte te bevrijden. Daarna leidt hij het volk veertig jaar door de woestijn. Hij sterft vlak voordat het volk het beloofde land Kanaän binnentrekt.

NOÖMI EN RUTH (Ruth 1-4)

Noömi besluit terug te gaan naar Israël. Haar schoondochter Ruth gaat met haar mee. In Israël trouwt Ruth met Boaz, een rijke boer uit Betlehem. Ze zijn de voorouders van koning David.

DAVID (1 Samuel 16 – 2 Samuel 24)

David is een herder uit Betlehem. De profeet Samuel zalft hem tot koning van Israël. God belooft aan David dat zijn nakomelingen voor altijd koning zullen blijven. In het boek Psalmen vind je veel liederen waar de naam van David boven staat.

ESTER (Ester 1-10)

Ester is een Joodse vrouw die koningin wordt in het Perzische rijk. Daar wordt een plan gemaakt om alle Joden in het Perzische rijk te doden. Samen met haar oom Mordechai zorgt Ester ervoor dat dit plan niet doorgaat en dat alle Joden in het Perzische rijk gered worden.

MARIA (Matteüs 1-2; Lucas 1-2)

Maria is een meisje uit het dorp Nazaret. Ze is verloofd met Jozef, een nakomeling van koning David. Maria krijgt bezoek van een engel die haar vertelt dat ze zwanger zal worden van de heilige Geest. Ze moet haar zoon ‘Jezus’ noemen.

JEZUS (Matteüs, Marcus, Lucas, Johannes)

Jezus is een Joodse leraar en volgens veel teksten in het Nieuwe Testament is hij de Zoon van God. Hij kiest twaalf leerlingen, hij geneest zieken en hij geeft de mensen uitleg over Gods nieuwe wereld. De Romeinse bestuurder Pilatus veroordeelt Jezus en laat hem doden aan het kruis. Maar na drie dagen staat hij op uit de dood, en laat hij zich aan zijn leerlingen zien.

PETRUS (Marcus 1-16; Handelingen 1-12)

Petrus is een van de eerste en belangrijkste leerlingen van Jezus. Na de dood en opstanding van Jezus wordt Petrus een van de belangrijkste leiders van de eerste christelijke gemeente in Jeruzalem.

PAULUS (Handelingen 9-28; brieven van Paulus)

Paulus reist rond om het goede nieuws van Jezus ook aan niet-Joden te vertellen. Aan deze gelovigen schrijft Paulus later brieven die ook in de Bijbel staan.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.6
Volg ons