Spreuken 8:22-31 – Preekinspiratie


Waar gaat het om in dit gedeelte?
Spreuken 8:22-31 beschrijft hoe Wijsheid aanwezig was voor en tijdens de schepping. Nadat alles geschapen was, verheugt ze zich tot op vandaag in de mensheid.
Wij mensen zijn afhankelijk van Gods goedheid en welwillendheid. Wijsheid is Gods favoriet bij uitstek: zijn eersteling, zijn lieveling, zijn bron van vreugde. Daarom is het essentieel dat mensen Wijsheid volgen en zo hun leven afstemmen op Gods orde.
Klik om deze passage te lezen in de NBV21
Hier
En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier
Invalshoeken voor de verkondiging
- In Spreuken 8:22-31 lezen we dat de Wijsheid voor en tijdens Gods scheppingsdaden aanwezig was. Als dusdanig kunnen we stellen dat de Schepping van wijsheid doordrongen is. De natuur is een bron van wijsheid. Door haar te aanschouwen en te eren, kunnen wij wijs worden en op die manier een glimp van God opvangen (zie, bijvoorbeeld, Spr. 6:6-8). Nemen wij vandaag de nodige tijd om de natuur in al haar pracht en wijsheid te beschouwen? Waar vinden wij sporen van God terug in het wonder van de Schepping?
- Spreuken 8:30 stelt dat Wijsheid Gods lieveling was en is. In haar vindt Hij vreugde. Wij, mensen, dienen naar de instructies van Wijsheid te luisteren en haar te volgen (zie Spr. 8:32-36). Wie luistert naar Wijsheid, leert God kennen en bewandelt het pad van het leven. Hoe kunnen wij vandaag de instructies uit het boek Spreuken ter harte nemen? In welke mate proberen wij Wijsheid te volgen om op die manier een beter begrip te krijgen van Gods wezen en plan met ons?
Context van Spreuken 8:22-31
Het boek Spreuken als geheel
Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het boek Spreuken vind je in deze inleiding op het boek Spreuken
Plek van deze passage in het geheel
Spreuken 8:22-31 is onderdeel van de lange rede door Wijsheid. Wijsheid wordt hier sprekend opgevoerd als ik-figuur, die na een korte introductie (8:1-3) het woord neemt (8:4-36). Centraal staat wat Wijsheid een mens te bieden heeft en wat de bron is van haar gezag. De toespraak kan in vieren verdeeld worden:
- Verzen 4-11: de onschatbare waarde van Wijsheid voor mensen
- Verzen 12-21: de kenmerken die wezenlijk zijn voor Wijsheid
- Verzen 22-31: de relatie tussen Wijsheid en God, vóór, bij, en in de schepping
- Verzen 32-36: mensen die naar Wijsheid luisteren zijn gelukkig.
In tegenstelling tot de andere gedeelten, die gaan over het belang van Wijsheid voor het heden, gaat Spreuken 8:22-31 over de herkomst van Wijsheid vóór, tijdens en nadat de wereld geschapen werd.
Opbouw en kern van de passage
Spreuken 8:22-31 valt in vieren uiteen:
- Verzen 22-23: Gods schepping van Wijsheid in het begin.
- Verzen 24-26: Wijsheid gaat vooraf aan alle andere scheppingswerken.
- Verzen 27-29: Wijsheid is erbij als God hemel en aarde schept en inricht.
- Verzen 30-31: Wijsheid als intermediair tussen de schepper en de mensheid.
De passage biedt een soort biografie van Wijsheid: geschapen in het vroegste begin (I), was zij er eerder dan al het andere (II), was ze erbij toen God alles schiep (III) en speelt ze een actieve en vreugdevolle rol in de schepping (IV).
Aantekeningen per vers
Bij vers 22-23 (deel I)
In het eerste deel van deze passage is ‘begin’ het kernwoord. Het Hebreeuws gebruikt vier verschillende woorden die ‘begin’ of ‘eerste’ betekenen, en de NBV21 benadrukt dit ook met allerlei synoniemen.
Bij vers 22
- mij: Wijsheid wordt hier sprekend opgevoerd als ik-figuur. Dat is een personificatie (een literair stijlmiddel) en tegelijk ook een theologische voorstelling over een (geschapen) principe dat aan al het andere voorafgaat.
- toen (…) begon: Letterlijk ‘als het begin van zijn weg’. Gods ‘weg’ duidt hier op het geheel van Gods handelingen, inclusief zijn scheppingsdaden. Wijsheid staat dus aan het begin van al Gods optreden – het vormen, inrichten en bewaren van de schepping.
- geschapen: Het Hebreeuwse werkwoord qānâ komt vaak voor als ‘verwerven’ of ‘bezitten’ (Spr. 4:5, 7). Op zichzelf past dat goed bij ‘wijsheid’, en sommige vertalingen kiezen hiervoor in dit vers (NBV, HSV, NBG). Het werkwoord kan echter ook ‘scheppen’ betekenen (Gen. 4:1; Deut. 32:6; Ps. 139:13). Dat past in deze context het beste, want ook in het vervolg wordt steeds gesproken over Wijsheid die gemaakt, voortgebracht, of geschapen is (vgl. Sir. 1:4, 9).
- In de christelijke traditie is Spreuken 8:22-31, en vers 22 in het bijzonder, vaak betrokken op Jezus die als Zoon van God vóór alle andere dingen al bestond. In het Nieuwe Testament zien we dergelijke verwijzingen opkomen. Gods Zoon was in het begin bij God (Joh. 1:1) als de Logos, het Woord (een concept nauw verwant met Wijsheid). Hij is de eerstgeborene van de schepping (Kol. 1:15). Kerkvaders benadrukten dat het Oude Testament in teksten zoals Spreuken 8 over Christus spreekt, en dat Christus, beschreven als Wijsheid, altijd al bij God de Vader was. De theoloog Arius (vierde eeuw) verwees juist naar Spreuken 8:22 om te laten zien dat Christus geschapen is. Volgens Arius is alleen God de Vader ‘onbegonnen’; voor de Zoon geldt: ‘Er was een tijd dat Hij er niet was.’ Deze leer werd verworpen door het Concilie van Nicea in 325.
Adams zonen
Het Woord is mens geworden
Bij vers 23
- gemaakt: Een andere interpretatie vertaalt met ‘aangesteld’ of ‘gezalfd’ (vgl. Ps. 2:6 en HSV en SV). De keuze van NBV21 past bij de scheppingstaal in Spreuken 8:22-26 en Psalm 139:13.
Bij vers 24-26 (deel II)
Deze verzen bieden een soort negatieve beschrijving van de schepping, door op te sommen wat er nog niet was. Daarmee wordt het punt van vers 22-23 benadrukt: Wijsheid is als eerste van alles geschapen, voorafgaand aan alles wat bestaat.
Bij vers 24
- Oceanen (…) bronnen met hun waterstromen // bergen (…) heuvels // aarde en de velden (…) korrel zand: In de verzen 24-26 worden drie duo’s genoemd waarvóór de wijsheid geschapen is. De eerste van elk is de grootste eenheid, de tweede telkens de kleinere.
- oceanen: Het Hebreeuwse tǝhôm betekent ‘oervloed’, net als in Genesis 1:2, en duidt op de oeroude wateren die er in Genesis al waren, maar die hier in Spreuken 8:24 nog niet geschapen waren. ‘Oceanen’ sluit goed aan bij ‘waterstromen’. In Spreuken 8:27 wordt hetzelfde woord met ‘water’ vertaald, zie ook vers 28.
- werd ik voortgebracht: In lijn met ‘geschapen’ (vs. 22) en ‘gemaakt’ (vs. 23) spreekt Wijsheid in vers 24 en 25 uit dat ze door God ‘werd voortgebracht’; vgl. Psalm 51:7 en Job 15:7.
Bij vers 25
- bergen (…) heuvels: Deze combinatie komt vaak voor in de Bijbel en omvat zowel de diepten waarin de bergen verankerd zijn als de hoogten van de heuvels (vgl. Micha 6:2). Wijsheid gaat vooraf aan de oudste en meest bestendige elementen van het bestaan.
Bij vers 26
- geen korrel zand: Wijsheid gaat vooraf aan de aarde, zelfs het kleinste stukje grond.
Bij vers 27-29 (deel III)
In de verzen 27-29 vertelt Wijsheid hoe ze tijdens de schepping aanwezig was. De beschrijving loopt van hoog (de hemel met de hemelkoepel) tot laag (de zeeën en de fundamenten van de aarde).
Bij vers 27
- Ik was erbij: Wijsheid was erbij toen God hemel en aarde schiep. Hoe veelzeggend dit is, blijkt uit de eerste vraag die God aan Job stelt (Job 38:4): ‘Waar was jij toen Ik de aarde grondvestte?’ Geen mens was erbij aanwezig toen God hemel en aarde inrichtte en dat betekent ook dat geen mens Gods werk kan bevatten (vgl. Job 15:7-8). Wijsheid kan dat wél, want zij was erbij vanaf het begin.
- hemel: Volgens de Bijbelse opvatting is de aarde een platte schijf, waarboven de hemel als een tent is uitgespannen. De aarde staat op zuilen verankerd in de oervloed (vergelijk Spr. 8:24). De horizon is de grens tussen de oceaan (die de aarde omgeeft) en het vasteland. Klik hier
voor meer informatie over de bijbelse opvatting over kosmologie. - cirkel om het water trok: Een metaforische uitdrukking voor de horizon (vgl. Job 26:10). Vergelijk Genesis 1:2, waar de Geest van God ‘over het water’ zweefde, in het Hebreeuws dezelfde uitdrukking als ‘om het water’.
Bij vers 29
- Grenzen stellen (…) zijn plaats gaf: Het stellen van grenzen aan de schepping is een terugkerend scheppingsmotief (zie Job 28:25; 38:8-11; Ps. 104:9; Jer. 5:22).
- met zijn woord: Gods woord is hier het bevel of gebod dat Hij geeft dat bindend is (vgl. Ex. 17:1; Jes. 34:16; 62:2). In het Oude Testament zijn de scheppingsorde en de morele orde (Gods wetten) nauw met elkaar verbonden.
Bij vers 30-31 (deel IV)
De passage loopt uit op de plek van Wijsheid in de schepping, die draait om vreugde – vreugde die Wijsheid verbindt met zowel God als de mensen. De kloof tussen God als schepper en de mens als schepsel is onmetelijk, maar Wijsheid is een verbindende schakel.
Bij vers 30
- zijn lieveling: De betekenis van het Hebreeuwse woord ʾāmôn is erg onzeker.
- (1) Het kan gaan om een ‘gekoesterd kind’ (vgl. hetzelfde woord in het meervoud in Klaagliederen 4:5 ‘wie gekoesterd werden’). Vertalingen als troetelkind (NBG51), Lievelingskind (HSV) en lieveling (NBV21, BGT) zijn daarvan afgeleid. Dit ligt in de lijn van vers 24-25 ‘ik werd voortgebracht’.
- (2) Een woord dat hier sterk op lijkt, wordt in Hooglied 7:2 vertaald als ‘kunstenaar, vakman, meester’. Vertalingen die deze optie volgen kiezen voor ‘master worker’ (NRSV) of ‘uitvoerster’ (WV2012). Het voordeel hiervan is dat nu met terugwerkende kracht blijkt dat Wijsheid niet alleen aanwezig was bij de schepping, maar daar als ‘uitvoerster’ ook een actieve rol in had.
- (3) De derde optie is de bijwoordelijke betekenis ‘voortdurend’ (in dat geval afgeleid van dezelfde werkwoordstam als ‘trouw’). De constante aanwezigheid van wijsheid zowel vóór, tijdens, als in de schepping is een bron van vreugde voor God. Dan staat dit parallel met het ‘elke dag opnieuw’ en ‘altijd’ in hetzelfde vers. Dit geeft dan weer de evenwichtigste opbouw van vers 30-31. De Engelse NIV kiest deze optie:
30 Then I was constantly at his side.
I was filled with delight day after day,
rejoicing always in his presence,
31 rejoicing in his whole world
and delighting in mankind.
- Een bron van vreugde: Ook mogelijk is de vertaling: ‘ik was verheugd’ (zie de NIV hierboven). Dan is de focus niet op God die zich verheugt in Wijsheid, maar op Wijsheid die zich verheugt in Gods scheppingswerk.
- in zijn aanwezigheid: Letterlijk ‘voor zijn aangezicht’. De vreugde van wijsheid is niet vanwege, maar in aanwezigheid van God.
Bij vers 31
- De vreugde van Wijsheid die in het vorige vers beschreven is, wordt nu aangeduid met een bereik: heel de aarde en de mensheid. Wijsheid riep in Spreuken 8:4 al tot alle mensen en laat nu ook hier zien dat ze in alle mensen vreugde vindt, nog voor duidelijk is of ze al dan niet naar haar zullen luisteren (vgl. Wijs. 1:6).
Bron: Studiebijbel in Perspectief, aangepast
Achtergrondinformatie
Toelichting bij kernwoorden en begrippen
Verdieping bij thema’s
Ter inspiratie
Bekijk de video
met Corinne Groenendijk, predikant, geestelijk begeleider en trainer in geïnspireerd verduurzamen
Lees hier de tekst van de video
Om te beginnen een gedicht van Karel Eijkman: Vrouwtje Wijsheid.
(…)
We lezen uit Spreuken 8 over Vrouwe Wijsheid die er was van voor de schepping nog voor oceanen en bronnen, bergen en heuvels, aarde en velden of zelfs maar een croissant bestonden. De wijsheid is erbij als God hemel en aarde schept. Ze is Gods lieveling en vindt vreugde in de hele aarde en in alle mensen.
Wie is ze precies en wat wil ze ons zeggen? Daar kun je alleen naar raden. De tekst is net als het gedichtje over het meisje speels en poëtisch. Er wordt iets gevat van de essentie van het leven. Misschien had God een gezellin die getuige was van de schepping. Stel je voor. Genesis schrijft over Gods geest die zweefde over de wateren en de Joodse traditie heeft het over de sjechina, de vrouwelijke geest van God. Niet voor niets vinden we deze gedachte in het boek Spreuken, met zijn levenswijsheden en spitsvondigheden, ook gedachten afkomstig uit andere landen.
Tegelijk houdt het Israëls hoofdlijn vast dat je uit Gods wet kunt leven die je naar een goed leven brengt. Stop maar eens, zegt Vrouwe Wijsheid in de tekst van vandaag. Stop maar eens met je bezigheden en neem even tijd om op het gras te gaan liggen en te kijken naar het gras en de bomen en de hemel daarboven. Dan besef je hoe bijzonder de schepping is.
Het is niet alleen de schoonheid van de natuur, zoals ik van Titus Brandsma leerde, of dat God het mooi gemaakt heeft. Er is nog een derde laag. Je ziet Gods geestkracht aan het werk in alles wat leeft. Zoals we lezen bij Genesis, Gods geest zweefde boven de schepping en riep alles tot aanzijn.
De laatste jaren trek ik op met Franciscus van Assisi die als geen ander leefde uit vreugde. Alles heb ik gekregen, zegt hij, het leven zelf. Ikzelf realiseer me ook meer en meer: wat een kostbaar geschenk dat ik mag leven op deze mooie aarde. Met alles wat hij aan zijn hoofd heeft, met een hele orde die hij aan het vormgeven is, trekt Franciscus zich af en toe terug in de kluizenarij op de berg boven Assisi. Daar in de kloof is een plek waar de zon precies op je valt. En op die plek zie je Franciscus liggen in de vorm van een standbeeld met zijn handen boven zijn hoofd. En je ziet gewoon dat hij beseft: ‘Ik mag er gewoon zijn. Wat een vreugde!’ Om hem heen zie je Gods scheppingskracht in alles wat leeft. Vreugdevol begroet Franciscus Broeder Wind en Zuster Aarde en ga zo maar door.
Vrouwe Wijsheid of Gods geestkracht zegt: ‘Ik was altijd verheugd in zijn aanwezigheid, vond vreugde in zijn hele aarde en verheugde mij in de mensheid.’ Mooi dat hier de essentie van het leven ons over de afstand van eeuwen overgeleverd wordt. Het nodigt je uit om op jouw beurt met een stokje in het water te roeren, te kijken naar alles wat leeft of je handen onder je hoofd te strekken en je te koesteren in de zon te midden van alles wat leeft en je te verheugen.
Wijsheid geeft verbinding en samenhang
Spreuken 8:22-31 geeft een inkijk in Gods scheppingsdaden en in de bijzondere plek die Wijsheid daarbij inneemt. Wijsheid vertelt hoe God haar schiep vóór er ook maar iets bestond. Ze is niet bedacht door filosofen, maar ouder dan de fundamenten van de aarde zelf. Bij alles wat God onderneemt, is Wijsheid aan zijn zijde, als kenmerk van alles wat God doet. Dat onderstreept haar diepe nabijheid tot God – zij is geen afstandelijke eigenschap, maar zijn voortdurende metgezel.
Tegelijk wordt ook haar nabijheid tot de mensen benadrukt. Wijsheid verheugt zich in de mensheid. De aarde en de mens zijn niet zonder haar medeweten en vreugde geschapen. Dat betekent dat Wijsheid vanaf het begin betrokken is op de mens. Ze is niet puur intellectueel, maar ook existentieel en relationeel. Ze verblijft niet in de ivoren torens van het denken, maar vormt het hart van Gods schepping.
Wijsheid zorgt voor samenhang en verbinding. Binnen de schepping en tussen God en zijn schepping. Dat is een belangrijk inzicht voor vandaag, met alle klimaatproblematiek en door de mens veroorzaakte ecologische crises. Cruciaal is het besef dat Wijsheid – inzicht in de scheppingsorde en kompas voor het goede leven – niet in de macht van mensen ligt, maar ver boven ons uitstijgt. Als mens zijn we onderdeel van een groot geheel en heel de schepping is doortrokken van Gods wijsheid. Het probleem is dat wat bij mensen doorgaat voor wijsheid vaak gedreven wordt door eigenbelang. Dan staat niet samenhang voorop, maar ons eigen voordeel. Gods wijsheid is anders. Gods wijsheid heeft een ongekende lichtheid, vrolijkheid, levendigheid. Ze brengt ons bij de bron van het leven en verbindt ons met God en met heel zijn schepping.
