Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
Dagvers | Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Respect voor het eigendom van een ander

Bijbeltekst(en)

2Toen zei de HEER tegen mij: 3‘Jullie zijn nu lang genoeg om dit gebergte heen getrokken. Keer om en ga naar het noorden. 4En jij moet het volk voorhouden: “Straks komen jullie door het gebied van jullie broeders, de afstammelingen van Esau, die in Seïr wonen. Zij zullen bang voor jullie zijn, maar jullie moeten jezelf goed in acht nemen 5en hen niet uitdagen. Ik geef jullie nog niet het kleinste stukje van hun land; het Seïrgebergte heb Ik immers aan Esau in eigendom gegeven. 6Het voedsel dat jullie nodig hebben zul je van hen moeten kopen, en ook voor je drinkwater moet je hen betalen. 7Want de HEER, jullie God, heeft jullie gezegend in alles wat je ondernomen hebt. Hij is heel die tocht door de grote woestijn met jullie meegegaan. De HEER, jullie God, stond jullie terzijde, veertig jaar lang, en het heeft je aan niets ontbroken.”’

8Toen wij onze broeders in Seïr, Esaus afstammelingen, achter ons gelaten hadden, verlieten we de route die van Elat en Esjon-Geber door de Araba loopt, en trokken we naar de woestijn van Moab. 9Toen zei de HEER tegen mij: ‘Je mag de Moabieten niet vijandig bejegenen en hen niet uitdagen, want Ik geef je van hun land niets in bezit; Ik heb Ar immers aan de nakomelingen van Lot in eigendom gegeven.’ 10(Vroeger woonden daar de Emieten, een groot en machtig volk; ze waren zo lang als de Enakieten. 11Evenals de Enakieten worden zij tot de Refaïeten gerekend; in Moab worden ze Emieten genoemd. 12En in Seïr woonden vroeger de Chorieten, maar de afstammelingen van Esau hebben zich van hun land meester gemaakt door hen uit te roeien en zich in hun plaats daar te vestigen, net zoals de Israëlieten gedaan hebben met het land dat de HEER hun in bezit heeft gegeven.) 13De HEER zei: ‘Breek op en steek het dal van de Zered over,’ en dat hebben we gedaan. 14Tussen ons vertrek uit Kades-Barnea en de oversteek van de Zered waren er achtendertig jaar verstreken. Uiteindelijk was er van de eerste generatie geen weerbare man meer over in ons kamp, zoals de HEER gezworen had. 15De HEER had zich tegen hen gekeerd: Hij had hen uit het kamp weggerukt tot er niemand meer over was.

Deuteronomium 2:2-15NBV21Open in de Bijbel

Mozes vertelt verder, over de instructies die God gaf toen zij in de gebieden van de nakomelingen van Esau en Lot kwamen. Lot was de neef van Abraham. Esau was een van de twee zonen van Isaak. Uit de jongste zoon, Jakob, kwam het volk Israël voort. Uit het nageslacht van Lot en Esau ontstonden andere volken. Deze volken kregen een eigen belofte en geschenk van God. God wijst het volk van Israël erop dat het respect moet hebben voor het eigendom van het volk van Esau en voor dat van Lot. ‘Betaal voor wat je daar eet en drinkt.’ God zegt eigenlijk: ‘Eis niet op wat Ik aan hen heb gegeven. Ik zorg voor jou en Ik zorg voor hen. Als je deze grenzen respecteert, zul je niets tekortkomen.’

We kunnen soms snel jaloers of hebberig zijn, als een ander iets moois heeft. Maar misschien heeft deze persoon dit wel van God ontvangen. Hoe toon jij respect voor het eigendom van een ander?

Luister naar deze aflevering

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.8
Volg ons