Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
5 juni 2025

Wat is tongentaal?

Het is een onderdeel van het Pinksterverhaal dat erg tot de verbeelding spreekt: er zijn allerlei mensen bijeengekomen om samen in Jeruzalem het joodse Pinksterfeest te vieren, en plotseling horen zij de leerlingen allemaal in hun eigen taal spreken.

5In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. 6Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring doordat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken. 7Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? 8Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen?

Handelingen 2:5-8NBV21Open in de Bijbel

De opsomming die volgt in de verzen daarna liegt er niet om. Het is een bont gezelschap van mensen uit allerlei landen en streken. De Joden staan dan ook niet voor niets perplex en de vraag die ze stellen is heel begrijpelijk: hoe is het mogelijk dat iedereen de boodschap van de leerlingen in zijn eigen taal hoort?

Klanktaal, tongentaal of glossolalie

Het antwoord op die vraag is dat dit het werk van de heilige Geest is. In vers 4 lezen we:

4en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.

Handelingen 2:4NBV21Open in de Bijbel

Het is dus de Geest die maakt dat de leerlingen ‘in vreemde talen’ gaan spreken, wat wil zeggen: andere talen dan het Aramees. Dat was hun moedertaal die ze normaal altijd spraken.

Het Griekse woord dat hier met 'vreemde talen' is vertaald, komt van het woord ‘glossa’ dat ‘tong’ betekent. Je zou dus ook kunnen zeggen dat in Handelingen 2:4 staat dat ze ‘met andere tongen’ begonnen te spreken. In het Pinksterverhaal houdt deze 'tongentaal' in dat de leerlingen er door de Geest toe worden aangezet om te spreken in andere talen, die wel voor mensen te verstaan waren.

Klanktaal na Pinksteren

Paulus schrijft in zijn eerste brief aan de Korintiërs over een verschijnsel dat hij met hetzelfde woord, glossa aanduidt, als de schrijver van Handelingen (1 Korintiërs 12:10). Hoewel het weer dezelfde heilige Geest is die door mensen heen spreekt, is er wel een verschil. De klanktaal waar Paulus het hier over heeft, is namelijk niet direct door mensen te verstaan. Er is een uitlegger nodig, en het kunnen uitleggen van klanktaal is óók een gave van de Geest.

Verderop in zijn brief gaat Paulus hier nog wat dieper op in. Daar schrijft hij: ‘Iemand die in klanktaal spreekt, spreekt niet tot mensen maar alleen tot God. Niemand kan hem verstaan, want door toedoen van de Geest spreekt hij geheimtaal’ (1 Korintiërs 14:2). Dit is dus een wezenlijk verschil ten opzichte van het pinksterverhaal, waar de leerlingen juist rechtstreeks tot de mensen spraken om een boodschap over te brengen:

11en ook mensen uit Kreta en Arabië, zowel Joden als proselieten – wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’

Handelingen 2:11NBV21Open in de Bijbel

Taal tussen mens en God

De klanktaal uit 1 Korintiërs 14 dient dus een ander doel. Het gaat met name om het intieme lijntje tussen de gelovige en God. Klanktaal kan daarbij een manier zijn om God te eren en te danken, en om tot Hem te bidden. Het is dus vooral bevorderlijk voor de relatie tussen God en die ene mens. Pas als iemand de klanktaal kan uitleggen, kan het ook anderen helpen in hun geloof.

Paulus moedigt zijn lezers daarom ook aan om vooral te bidden voor de gave om klanktaal te kunnen uitleggen:

14Wanneer ik namelijk in klanktaal bid, bid ik weliswaar met mijn geest, maar mijn verstand doet niet mee. 15Dus wat moet ik doen? Ik moet bidden met mijn geest, maar ook met mijn verstand; ik moet zingen met mijn geest, maar ook met mijn verstand. 16Als u God alleen maar dankzegt met uw geest, hoe zou dan iemand die net als een buitenstaander uw klanktaal niet verstaat, uw woorden met ‘amen’ kunnen bevestigen? Hij begrijpt immers niet wat u zegt. 17Het is natuurlijk goed dat u God dankzegt, maar op die manier is het niet opbouwend voor de ander.

1 Korintiërs 14:14-17NBV21Open in de Bijbel

Doel en functie van tongentaal

Paulus plaatst dus wat kanttekeningen bij het bidden in klanktaal. Dat komt doordat hij als geen ander gericht is op het bereiken en opbouwen van anderen. Eigenlijk zegt hij: het zou zonde zijn als je geïnspireerd bent, maar het niet met anderen kunt delen. Zorg dus dat er iemand is die voor een uitleg kan zorgen, én onderschat niet de waarde van ‘een paar begrijpelijke woorden’ in plaats van ‘ontelbaar veel in klanktaal’ (1 Korintiërs 14:19).

Het is een prachtige gave als de Geest door iemand heen kan spreken, en het is nog waardevoller als anderen hier ook door geraakt worden. Het pinksterverhaal is daar het ultieme voorbeeld van.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.40.5
Volg ons