Wat is tongentaal?


Het is een onderdeel van het Pinksterverhaal dat erg tot de verbeelding spreekt: er zijn allerlei mensen bijeengekomen om samen in Jeruzalem het joodse Pinksterfeest te vieren, en plotseling horen zij de leerlingen allemaal in hun eigen taal spreken.
Het Wekenfeest (ook wel bekend als Sjavoeot)
De opsomming die volgt in de verzen daarna liegt er niet om. Het is een bont gezelschap van mensen uit allerlei landen en streken. De Joden staan dan ook niet voor niets perplex en de vraag die ze stellen is heel begrijpelijk: hoe is het mogelijk dat iedereen de boodschap van de leerlingen in zijn eigen taal hoort?
Klanktaal, tongentaal of glossolalie
Het antwoord op die vraag is dat dit het werk van de heilige Geest is. In vers 4 lezen we:
Het is dus de Geest die maakt dat de leerlingen ‘in vreemde talen’ gaan spreken, wat wil zeggen: andere talen dan het Aramees. Dat was hun moedertaal die ze normaal altijd spraken.
Het Griekse woord dat hier met 'vreemde talen' is vertaald, komt van het woord ‘glossa’ dat ‘tong’ betekent. Je zou dus ook kunnen zeggen dat in Handelingen 2:4 staat dat ze ‘met andere tongen’ begonnen te spreken. In het Pinksterverhaal houdt deze 'tongentaal' in dat de leerlingen er door de Geest toe worden aangezet om te spreken in andere talen, die wel voor mensen te verstaan waren.
Klanktaal na Pinksteren
Paulus schrijft in zijn eerste brief aan de Korintiërs over een verschijnsel dat hij met hetzelfde woord, glossa aanduidt, als de schrijver van Handelingen (1 Korintiërs 12:10). Hoewel het weer dezelfde heilige Geest is die door mensen heen spreekt, is er wel een verschil. De klanktaal waar Paulus het hier over heeft, is namelijk niet direct door mensen te verstaan. Er is een uitlegger nodig, en het kunnen uitleggen van klanktaal is óók een gave van de Geest.
Verderop in zijn brief gaat Paulus hier nog wat dieper op in. Daar schrijft hij: ‘Iemand die in klanktaal spreekt, spreekt niet tot mensen maar alleen tot God. Niemand kan hem verstaan, want door toedoen van de Geest spreekt hij geheimtaal’ (1 Korintiërs 14:2). Dit is dus een wezenlijk verschil ten opzichte van het pinksterverhaal, waar de leerlingen juist rechtstreeks tot de mensen spraken om een boodschap over te brengen:
Taal tussen mens en God
De klanktaal uit 1 Korintiërs 14 dient dus een ander doel. Het gaat met name om het intieme lijntje tussen de gelovige en God. Klanktaal kan daarbij een manier zijn om God te eren en te danken, en om tot Hem te bidden. Het is dus vooral bevorderlijk voor de relatie tussen God en die ene mens. Pas als iemand de klanktaal kan uitleggen, kan het ook anderen helpen in hun geloof.
Paulus moedigt zijn lezers daarom ook aan om vooral te bidden voor de gave om klanktaal te kunnen uitleggen:
Doel en functie van tongentaal
Paulus plaatst dus wat kanttekeningen bij het bidden in klanktaal. Dat komt doordat hij als geen ander gericht is op het bereiken en opbouwen van anderen. Eigenlijk zegt hij: het zou zonde zijn als je geïnspireerd bent, maar het niet met anderen kunt delen. Zorg dus dat er iemand is die voor een uitleg kan zorgen, én onderschat niet de waarde van ‘een paar begrijpelijke woorden’ in plaats van ‘ontelbaar veel in klanktaal’ (1 Korintiërs 14:19).
Het is een prachtige gave als de Geest door iemand heen kan spreken, en het is nog waardevoller als anderen hier ook door geraakt worden. Het pinksterverhaal is daar het ultieme voorbeeld van.

