1Daarom, dierbare broeders en zusters, die ik liefheb en naar wie ik verlang, die mijn vreugde en erekrans zijn, blijf standvastig in de Heer.
2Euodia en Syntyche, ik dring er bij u op aan eensgezind te zijn in de Heer. 3En u, trouwe vriend, vraag ik hen te helpen. Ze hebben samen met mij voor het evangelie gestreden, evenals Clemens en mijn overige medewerkers, van wie de namen in het boek van het leven staan.
1Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo’n grote verbondenheid met de Geest is, zoveel hartelijk medeleven, 2maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest.