Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
8 februari 2024Matthijs de Jong en Cor Hoogerwerf

Paulus’ groene vingers

Romeinen 8 en de schepping

Paulus wordt vaak gezien als iemand die geen waarde hecht aan deze wereld. Toch schrijft hij in zijn belangrijkste brief – de Brief aan de Romeinen – over de schepping als bondgenoot van de gelovigen (Romeinen 8:18-30). Welke rol kan dat bondgenootschap spelen in de huidige ecologische crisis?

Een apostel zonder groene vingers?

De apostel Paulus was leerbewerker en werkte dus met zijn handen. Maar hij lijkt niet bepaald groene vingers te hebben gehad, als we tenminste afgaan op zijn brieven. Daarin is bar weinig over de natuur te vinden. Als hij al over planten of dieren schrijft, zijn het slechts voorbeelden bij geestelijke of kerkelijke kwesties. Hij heeft het bijvoorbeeld vaak over zaaien en oogsten, maar dat gebeurt dan op een figuurlijke akker (bijvoorbeeld in 1 Korintiërs 9:11; 15:42-44; 2 Korintiërs 9:10; Galaten 6:8).

Romeinen 8 en de schepping

Hiertegenover staat één passage in de brieven waarin Paulus’ zorg voor de schepping wél naar voren komt. Het is een passage die vaak en graag geciteerd wordt in de christelijke ecologie, Romeinen 8:19-22:

19De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat de luister van Gods kinderen openbaar wordt. 20Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door Hem die haar daaraan heeft onderworpen. Maar er is hoop, 21omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt. 22Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt.

Romeinen 8:19-22NBV21Open in de Bijbel

Maar wat schrijft Paulus hier nu eigenlijk? En wat kunnen wij ermee als we ons willen laten inspireren om anders met de aarde om te gaan? We lichten één lijn uit het ingewikkelde betoog van Paulus.

'Zuchten' is in de context (Romeinen 8:18-30) een sleutelwoord. De schepping zucht, de gelovige zucht, en de Geest zucht. De gelovigen staan er in hun ellende niet alleen voor, de schepping en de Geest zijn bondgenoten.

Het zuchten van de gelovigen

Romeinen 8:23-25 gaat over de hoop en het zuchten van de gelovigen. Vers 23 luidt:

23En zij niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn: de verlossing van ons sterfelijk bestaan.

Romeinen 8:23NBV21Open in de Bijbel

Paulus karakteriseert de gelovigen hier als mensen die al een voorschot van de verlossing hebben ontvangen in de vorm van de Geest. Dat voorschot maakt innerlijk het verlangen wakker naar meer: Het zuchten van de gelovigen is het zuchten om de verlossing.

Het gaat niet om de verlossing uit het sterfelijke bestaan, maar van het sterfelijke bestaan zelf: het aardse lichaam wordt getransformeerd tot een verheerlijkt bestaan (vgl. Filippenzen 3:21). Dit is belangrijk. Ook de schepping zelf kijkt reikhalzend uit naar de verlossing. Het verlangen naar verlossing en het bezit van de Geest scheidt de gelovigen dus niet van de schepping, maar laat juist zien dat er een nauwe band tussen beide bestaat.

Dat Paulus spreekt over de Geest als voorschot, heeft te maken met de grote erfenis van de verlossing. In vers 17 zegt hij dat gelovigen erfgenamen zijn van God, samen met Christus. En wat erven ze dan? De enige andere keer dat in Romeinen over een erfenis wordt gesproken is in hoofdstuk 4: Abraham en zijn nageslacht ontvingen de belofte dat ze 'de wereld' zouden erven. Die belofte is in Christus vervuld. Het erven van de wereld in volle luister zal de vervulling zijn van de belofte aan Abraham. Paulus trekt hier een oudtestamentische thema door naar het nieuwe verbond.

De schepping en de Geest zijn dus geen willekeurige bondgenoten. De Geest is de voorschot van de erfenis van de verlossing, en de schepping maakt deel uit van die verlossing. Paulus bemoedigt zijn lezers door hen in te weven in een nieuwe samenhang die hemel en aarde omspant, de nieuwe orde van de Geest.

NBG-VU-symposium ‘Duurzaam durven denken vanuit de Bijbel’

Wat heeft de Bijbel te zeggen in het debat over duurzaamheid en ecologische vraagstukken? Daarover houden het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap en de Faculteit Religie en Theologie van de Vrije Universiteit op 8 maart een symposium: ‘Duurzaam durven denken vanuit de Bijbel’. Sprekers zijn onder meer oud-Kamerleden Marianne Thieme en Carla Dik-Faber en hoogleraar christelijk ecologisch denken David Onnekink.

Heilzaam verband

Paulus brengt dus de schepping naar voren als bondgenoot van de gelovigen. Als bondgenoten staan gelovigen en de schepping aan dezelfde kant. De schepping kijkt als het ware verlangend uit naar de verlossing van de mens.

Maar het is niet zo dat er nog niets van die verlossing zichtbaar is: de gelovigen hebben de Geest als voorschot. En wie beheerst wordt door de Geest, staat in dienst van de gerechtigheid. De Geest zet de gelovigen aan om anders te leven, met zorg voor elkaar, zorg voor andere mensen én zorg voor de schepping.

De schepping is geen gebruiksproduct dat na goede diensten afgedankt kan worden, maar onze reisgenoot op weg naar Gods toekomst. Op die reis is het transformerende principe de Geest, die Gods liefde uitstort, het leven bevordert en bevrijdende vreugde schenkt.

Deze blog is gebaseerd op een hoofdstuk uit Hemels groen. Nieuw licht op duurzaamheid als Bijbels thema.

Boek hemels groen

Boek: Hemels Groen

Nieuw licht op duurzaamheid als Bijbels thema. Aan welke kant staat de Bijbel in het debat over duurzaamheid en ecologisch bewustzijn? Dit boek laat zien dat de Bijbel op dit actuele onderwerp veel te bieden heeft, vooral wat betreft onze levenshouding en de plek die de mens inneemt in de schepping.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.20
Volg ons